Ik ben de weg: Johane 14, 6-1 (deel 2), en de weg naar waarheid en leven.

De vijfde zondag na Pasen van Jaar A verbindt drie teksten rond de identiteit van Christus en de missie van de Kerk. Handelingen 6,1-7 vertelt over de verkiezing van zeven diakens: de gemeenschap groeit en interne spanningen ontstaan; de twaalf delegeren het dienstwerk aan tafel aan zeven mannen vol van de Geest, zodat zij zich kunnen toeleggen op de Woord en gebed. 1 Petrus 2,4-9 presenteert de identiteit van de gedoopten: levende stenen gebouwd op de hoeksteen, gekozen stam, koninklijk priesterschap, heilig volk. Johannes 14,1-12 biedt Jezus’ afscheidsrede: wees niet bezorgd; ik zal een plaats voor jullie bereiden; ik ben de weg, de waarheid en het leven; wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. De drie teksten beschrijven hetzelfde proces: Christus die vertrekt en de Kerk achterlaat als zijn voortdurende aanwezigheid in de wereld.I. De eerste lezing: Handelingen 6,1-7Met de groei van de gemeenschap, kwamen er klachten van Griekse Joden over het negeren van hun weduwen bij de dagelijkse distributie. De twaalf roepen een vergadering van de discipelen bijeen en stellen voor: “Het is niet juist dat wij ons afwenden van het Woord van God om te dienen aan tafel.” (Handelingen 6,2-3) Zeven mannen, waaronder Stefanus, vol van geloof en Geest, worden gekozen. Na gebed leggen de twaalf hun handen op hen. “Het Woord van God verspreidde zich snel; er was een grote toename van discipelen in Jeruzalem, en veel priesters bekeerden zich tot de geloof” (v.7). De verkiezing van de diakens toont de wijsheid van de vroege kerk: het Woord vereist toegewijde dienaars zonder afleiding, en praktische zorg voor de behoeftigen vraagt ook om toewijding.II. De tweede lezing: 1 Petrus 2,4-9“Komt tot hem als tot levende stenen, gebouwd op Christus, de hoeksteen, zodat jullie een heilig priesterschap vormen, een koninklijk volk, een heilige natie, Gods bijzondere bezit, om de lof te verkondigen van hem die jullie uit duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht.” (1 Petrus 2,4-5) Petrus gebruikt hier taal uit het Oude Testament die oorspronkelijk voor Israël was bestemd: “jullie zijn een gekozen stam, een koninklijk priesterschap, een heilig volk, Gods bijzondere bezit” (v.9). De identiteit van de gedoopten is niet sociaal bepaald, maar theologisch: niet wat zij doen definieert hen, maar wat zij ontvangen. De afgewezen steen wordt hoeksteen, en elke gedoopte is een levende steen in dezelfde bouw.III. Het evangelie: Johannes 14,1-12In zijn afscheidsrede bereidt Jezus de discipelen voor op zijn vertrek. “Wees niet bezorgd; geloof in God, geloof ook in mij. In het huis van mijn Vader zijn vele woningen; als dat zo was, zou ik jullie een plaats bereiden.” (Jo 14,1-2) Tomas vraagt: “Heer, we weten niet waar je naartoe gaat; hoe kunnen we de weg vinden?” Jezus antwoordt: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand komt bij de Vader dan door mij.” (v.6) Filipus vraagt: “Toon ons de Vader, en dat is ons genoeg.” Jezus reageert met een vraag: “Filipus, al die tijd ben ik met jullie geweest, en toch ken je me niet? Wie mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.” (v.9) De werken die Jezus doet, zijn niet van hemzelf; het is de Vader die in hem woont die ze verricht. En hij voegt eraan toe: “In waarheid, in waarheid zeg ik jullie: wie aan mij gelooft, zal ook de werken doen die ik doe, en nog grotere zullen hij doen, want ik ga naar de Vader.” (v.12) Jezus die vertrekt wordt zelfs meer aanwezig; de gelovigen zullen door de Geest de werken van Christus voortzetten.IV. Maria en het priesterschap van stilteIn 1 Petrus worden de gedoopten een “koninklijk priesterschap” genoemd om offers van geestelijk karakter te brengen: Maria heeft dit priesterschap op een uitzonderlijke en unieke manier vervuld. Bij haar Presentatie in de Tempel bood zij de Vader haar Zoon met haar handen aan, veertig dagen na zijn geboorte. Op het kruis bood zij hem opnieuw aan bij zijn dood; niet als verwerping maar als moederlijk goedkeuren van het offer van verlossing. Maria is het koninklijk priesterschap in zijn meest perfecte vorm. Johannes 14 zegt “wees niet bezorgd”; Maria is het voorbeeld van deze vrede. Simeon voorspelde dat een zwaard haar ziel zou doordringen, en zij vluchtte niet; in Acten 1 bevindt zij zich in het Cenakel, volgens Vers 14, als model voor stille dienst die geen aandacht zoekt maar volhardt in gebed met de gemeenschap. Johannes 14 zegt dat wie aan Christus gelooft “grotere werken zal doen”; Maria, die diep geloofde, werd het kanaal van genade doorheen welke de Geest nog steeds zijn werken verricht in de wereld, eeuwen na haar Hemelvaart.Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt bij de Vader dan door mij.
Jo 14,6
Postgraduaat in Mariologie
Wil je je kennis van Mariologie verdiepen? Ontdek het Postgraduaat in Mariologie van Locus Mariologicus – een academische opleiding die theologische strengheid, spirituele leven en de levende traditie van de Kerk combineert.
Responses