Het woord dat niet onvruchtbaar blijft: Jesaja 55, Romeinen 8 en de parabool van de zaaier.

A palavra que não volta vazia: Is 55, rom 8 e a parábola do semeador
Mijn woord zal niet zonder resultaat terugkeren naar Mij.
Jesaja 55,11

De vijftiende zondag van het gewone jaar A biedt drie teksten die de vruchtbaarheid van Gods woord en de hoop op uiteindelijke verlossing met elkaar verbinden. Jesaja 55,10-11 vergelijkt het goddelijke woord met regen en sneeuw: het keert niet terug naar de hemel zonder eerst de aarde te hebben bevochtigd en tot leven gebracht, om wat God wil te vervullen. Romeinen 8,18-23 beschrijft de hele schepping die streeft als in bevallingspijn, wachtend op de bevrijding van corruptie en de verlossing van Gods kinderen. Matteüs 13,1-23 vertelt het verhaal van de zaaier: hetzelfde zaad valt op verschillende grond en produceert verschillende resultaten, van niets tot honderdvoudig. De drie teksten beschrijven hetzelfde dynamiek: het woord dat God zaait is niet ineffectief, maar zijn effectiviteit hangt af van de grond die het ontvangt, van de bereidheid van het menselijke hart om zich laten transformeren.

I. De eerste lezing: Jesaja 55,10-11

De profeet Jesaja gebruikt een natuurvergelijking: «Zoals de regen en de sneeuw van de hemel neerdalen en niet terugkeren zonder eerst de aarde te hebben bevochtigd en tot leven gebracht, om zaad voor de zaaier en brood voor het eten te geven, zo is ook mijn woord dat uit mijn mond komt; het zal niet zonder resultaat terugkeren, maar zal doen wat ik wil en zal zijn missie volbrengen die ik hem toevertrouwd heb» (Jesaja 55,10-11). Het goddelijke woord heeft een inherente effectiviteit: het is geen suggestie die oneindig kan worden genegeerd, maar een kracht die in de wereld werkt. De regen bespreekt niet met de aarde: hij bevochtigt haar. Het woord van God argumenteert niet: het handelt. Net als de regen die op verschillende gronden valt en verschillende resultaten oplevert, is de effectiviteit van het woord niet uniform, maar altijd aanwezig waar het Gods wil uitvoert.

II. De tweede lezing: Romeinen 8,18-23

Paulus plaatst het huidige lijden in een eschatologisch perspectief: «Ik beschouw de huidige lijden niet in vergelijking met de toekomstige glorie die voor ons wacht» (Romeinen 8,18). Hij breidt het uit tot kosmisch niveau: «De schepping wacht vol ongeduld op de onthulling van de kinderen van God» (v.19). De schepping is niet ongevoelig voor de menselijke verlossing: ze is verbonden met het lot van de mensheid, onderworpen aan vergankelijkheid en wachtend op bevrijding uit de slavernij van corruptie om deel te nemen aan de glorieuze vrijheid van Gods kinderen (v.21). «We weten dat de hele schepping streeft en in beven ligt als ze in verwachting is van de openbaring van de kinderen van God» (v.22). Het kreunen is geen teken van wanhoop: het is een indicatie dat iets nieuws wordt geboren. De bevallingspijn is geen doodsaanwijzing: het is een aankondiging van leven. En ook de gelovigen kreunen: «Wij zelf, die de eerste vruchten van de Geest hebben ontvangen, kreunen in ons innerlijk, wachtend op de adoptie tot kinderen en de verlossing van ons lichaam» (v.23). De door God gegeven Geest bij het doopritueel is slechts het begin, de garantie van de volheid die nog moet komen.

III. Het evangelie: Matteüs 13,1-23

Jezus vertelt de parabool van de zaaier: dezelfde zaadkorrel, geworpen door dezelfde zaaier, valt op vier soorten grond. De weg: de vogels eten het zaad voordat het kan uitgroeien. De rotsige grond: het zaad kiemt snel maar verdorrt vanwege gebrek aan wortels. De stekelige grond: het zaad groeit maar wordt verstikken door de zorgen van de wereld en de verleiding van rijkdom. De vruchtbare grond: het zaad hoort, begrijpt en draagt vruchten, honderd, zestig of dertigvoudig. De uitleg die Jezus geeft aan zijn discipelen identificeert het zaad met «het woord van het Koninkrijk» (v.19) en de gronden met soorten harten. De weg is degene die het woord hoort maar niet begrijpt, en de duivel steelt het van hem. De rotsige grond is degene die met vreugde ontvangt maar geen wortels heeft, en tegenspoed laat het vallen. De stekelige grond laat het woord verstikken door wereldse zorgen en de verleiding van rijkdom. De vruchtbare grond hoort, begrijpt en draagt vruchten. De parabool is niet fatalistisch: de gronden zijn geen vaste natuur, maar disposities die kunnen worden bewerkt.

IV. Maria en de vruchtbare grond

Isaïas beloofde een woord dat niet onvruchtbaar zou terugkeren. In Maria, het woord van God volbracht zijn missie op haar meest volledige manier: het Woord dat «in het begin bij God was

Postgraduaat in Mariologie

Wil je je vorming in Mariologie verdiepen? Ontdek het Postgraduaat in Mariologie van Locus Mariologicus – een academische opleiding die theologische strengheid, spirituele levenswijze en de levende traditie van de Kerk combineert.

Inschrijven of meer weten →

Related Articles

Responses