Maria, mededader van de Verlossing: het delicate vraagstuk van de mede-verlosserin

“Stabat autem iuxta crucem Iesu mater eius” (Jo 19,25), «En stond bij het kruis van Jezus zijn moeder»

I. De lijdende Diener: de verzoenende passie voorspeld door Jesaja

Het vierde lied van de Dienaar des Heren in profeet Jesaja is een van de meest dichte teksten in het oude testament over de theologische rede van verlossing. “Hij nam onze ziekten op zich en droeg onze smarten… Hij werd verwond omwille van onze zonden en verminkt omwille van onze zonden. Het straffen dat ons vrede brengt, viel op Hem, en door Zijn wonden zijn wij genezen” (Is 53,4-5). De christelijke theologie herkende in deze passage de profetische voorspelling van de verzoenende passie van Christus. Maar de Maria-traditie, met name vanaf de Middeleeuwen, merkte een detail op dat deze lezing verrijkt: de lijdende Diener is niet alleen. Iconografie en klassieke liturgische hymnen beschrijven de Dienaar omringd door Maria als getuige en mede-deelneemster. De Stabat Mater, een sequentie toegeschreven aan Jacopone da Todi uit de 13e eeuw, drukt deze intuïtie met grote kracht uit: “Stabat Mater dolorosa, iuxta Crucem lacrimosa, dum pendebat Filius”. De Moeder staat. De Moeder huilt. De Moeder lijdt. En precies dit gedeelde lijden, deze associatie aan het verzoenende mysterie, vormt de basis van de delicate en soms controversiële Maria-titel Co-redemptrice.

II. De geschiedenis van de term: van de Vaders tot hedendaagse discussies

De Latijnse term Corredemptrix verscheen relatief laat in de westerse theologie, voor het eerst gedocumenteerd in de 15e eeuw in Duitse theologische geschriften. Maar de theologische substantie die de term probeert te formuleren, heeft veel oudere wortels. Ireneus van Lyon, in de 2e eeuw, presenteerde al de typologische vergelijking tussen Eva en Maria, en stelde dat “wat Eva door ongeloof verbond, Maria door geloof ontbond” (Adversus Haereses III, 22, 4), waarbij Maria in het verlossingswerk een positieve rol toebedeeld kreeg. Paus Pius IX, Leo XIII, Pius X, Benedictus XV, Pius XI en Pius XII gebruikten de term Co-redemptrice in verschillende documenten. Maar het werd nooit gedefinieerd als dogma. Campagnes van theologen en bisschoppen die pleitten voor de definitieve dogmatisering van deze titel, met name intensief in de jaren 1990 en 2000, met meer dan zes miljoen handtekeningen verzameld wereldwijd, kregen geen positieve respons. Het Concilie van Vaticanum II gebruikte de term “cooperatrix” in plaats van “corredemptrix”, specifiek om ambiguïteit te vermijden. Paus Franciscus heeft op verschillende momenten zijn voorbehoud geuit over een mogelijke dogmatisering van de titel Co-redemptrice, omdat dit volgens hem verwarring zou kunnen veroorzaken over de uniciteit van Christus’ verlossingswerk. Deze pauselijke matigheid is geen ontkenning van de theologische inhoud die de titel probeert uit te drukken; het is eerder voorzichtigheid om de inhoud duidelijk en zonder dubbelzinnigheid te formuleren.

III. Stabat Mater: Maria’s verzoenende aanwezigheid op het kruis

Het Evangelie volgens Johannes beschrijft met grote soberheid de aanwezigheid van Maria bij het kruis: “En er stonden bij het kruis van Jezus zijn moeder en de zuster van zijn moeder, Maria van Cleofa, en Maria Magdalena” (Jo 19,25). De theologie van deze aanwezigheid is ongelooflijk rijk. Maria vluchtte niet, zoals de andere discipelen. Ze ontkende niet, zoals Petrus. Maria stond op de meest pijnlijke plek voor een moeder, terwijl ze de marteling en dood van haar eigen zoon aanschouwde. Deze aanwezigheid was niet passief: het was een actieve associatie aan het verzoeningsmysterie. De profetie van Simeon over de zwaardstrek in Maria’s ziel (zie Lc 2,35) vond zijn definitieve vervulling op het kruis. En precies op dat moment instelde Jezus Maria als spirituele moeder over de geliefde leerling en, door hem, over de hele Kerk: “Vrouw, zie, je zoon” … “Zie, je moeder” (Jo 19,26-27). De universele moederschap van Maria over de gelovigen ontleent zijn oorsprong aan het verzoenende kruis. Het is niet een later toegevoegde gave; het is het vruchtbare resultaat van haar diepe associatie met het offer van haar Zoon.

IV. De precieze conciliaire formulering en de pauselijke voorbehoud

De Constitutione Lumen Gentium heeft deze delicate kwestie met grote precisie behandeld. Volgens het Concilie, “bood Maria zich innerlijk aan bij het offer, en stemde zij liefdevol toe op de offerslag van de uit haar geboren Zoon” (LG 58). En verder: “Door het dragen van Christus in haar lichaam, door Hem voeden, door Hem in het Tempel te presenteren, door Hijn lijden met te verduren terwijl Hij aan het kruis stierf, heeft zij op een unieke manier bijgedragen aan het werk van de Verlosser, met gehoorzaamheid, geloof, hoop en vurige liefde, ten einde de goddelijke genade tot leven te brengen in de zielen” (LG 61). Het Concilie benadrukt twee belangrijke aspecten: het bevestigt Maria’s unieke samenwerking, en tegelijkertijd de uniciteit van Christus’ verzoenende mediatie. De voorbehoud van Paus Benedictus XVI en Franciscus tegen de dogmatisering van de Co-redemptrice-titel moet in deze context worden begrepen: ze willen geen formule die Maria op dezelfde voet zou plaatsen als Christus bij het verzoeningswerk. Precisie in taal is in theologische dogma’s vaak een kwestie van pastoraal oordeel. Maria heeft op een unieke manier samengewerkt aan de verlossing, maar zij is niet de Verlosser in de absolute en enige zin waarin Christus dat is. Deze dialoog tussen bevestiging en precisie vormt het hart van hedendaagse Mariologie, en binnen deze reflectie vindt de Co-redemptrice-titel zijn rechtmatige gebruik, altijd gericht op de glorie van de enige bemiddelaar tussen God en de mensheid.

Postgraduaat in Mariologie

Wil je je kennis van Mariologie verdiepen? Ontdek het Postgraduaat in Mariologie aan de Locus Mariologicus – een academische opleiding die theologische strengheid, spirituele levensvorm en levende traditie van de Kerk combineert.

Inschrijven of meer weten →

Wil je Mariologie serieus bestuderen?

Dit artikel is geïnspireerd door de werken in de bibliotheek van Locus Mariologicus. Het Postgraduaat in Mariologie leidt je naar dezelfde bronnen, met academische begeleiding: Bijbel, Vaders van de Kerk en Magisteraat, van het eerste dogma tot hedendaagse kwesties.

Meer weten over het Postgraduaat in Mariologie

Related Articles

Responses