Lees III – in oktober (1891): Maria, mede-verlosserin en bemiddelaarin van alle genaden (Doctrina pontificia IV, nn. 372-388)
De encycliek Octobri mense (22 september 1891) van paus Leo XIII wordt door mariologen beschouwd als het belangrijkste en theologisch rijkste document uit zijn dertien encyclieken over het Rozengebed. In deze tekst wordt de leer over de samenwerking van Maria in de verlossing, ook wel ‘corredenție’ genoemd, met ongekende precisie en diepgang behandeld binnen het pauselijk magesterium.
| Collectie | Doctrina Pontificia IV: Documenten Marianos, nn. 372-388 |
| Paus | Leo XIII (1878-1903) |
| Document | Encycliek Octobri mense, 22 september 1891 |
| Thema | Maria als mede-verlosser, universele bemiddeling, het Rozengebed als weg naar verlossing |
De leer van de corredenție
In Octobri mense presenteert Leo XIII de meest gedurfde formulering over de rol van Maria in de verlossing. De paus ontwikkelt het door Sint Ireneus ingeluid parallel tussen Eva en Maria: net zoals Eva samenwerkte met Adam bij de val van de mensheid, zo werkte Maria samen met Christus bij de verlossing van de mensheid.
“Quod [God] Filium suum unigenitum dare decrevit… eam [Maria] quasi Matrem elegit; et propter hanc tam praeclaram dignitatem voluit ut omnium beneficiorum, quae nec in terra nec in caelo obtineri a nobis possunt nisi per Iesum Christum Mediatorem nostrum, per Mariam quoque intercedente Maria haberentur”
Wat God besloot te geven als zijn enig Zoon… koos haar [Maria] als Moeder; en vanwege deze zo illustere waardigheid wilde Hij dat alle gunsten die ons niet op aarde of in de hemel kunnen worden gegeven, behalve door Jezus Christus onze Mediator, ook via Maria’s bemiddeling zouden worden verkregen.
“Nihil nos Deus habere voluit quod per mariam non transiret”
De meest geciteerde zin uit de encycliek is: «God wilde dat niets ons zou bereiken zonder Maria’s tussenkomst», die samenvat de leonijnse leer over Maria’s bemiddeling. Deze zin, toegeschreven door Leo XIII aan Sint Bernardus, werd een van de klassieke axioma’s van de mariologie rond bemiddeling en werd later herhaald door Pius X, Pius XII en de heilige Paulus VI.
Maria als de nieuwe Eva in het Rozengebed
Leo XIII beschouwt het Rozengebed als een contemplatief pad van de nieuwe Eva: van de Vreugdevolle Mysten (Maria’s samenwerking bij de Vergeving) tot de Pijnlijke Mysten (haar samenwerking bij het lijden, aan het voetstuk van het kruis) tot de Glorieuze Mysten (haar verheerlijking in de hemel). Het bidden van het Rozengebed is contempleren van Maria’s samenwerking in de geschiedenis van de verlossing.
Betekenis voor hedendaagse mariologie
Octobri mense uit 1891 voorspelt de dogmatische definities van de twintigste eeuw:
- De Assentie, gedefinieerd door Pius XII in 1950 (Munificentissimus Deus): Leo XIII beweerde al dat Maria in de hemel verheerlijkt is.
- De Koningschap, gedefinieerd door Pius XII in 1954 (Ad Caeli Reginam): Leo XIII gebruikte al het titel ‘Koningin’ in de context van het Rozengebed.
- De leer van Lumen Gentium VIII van het Vaticaan II: de door Leo XIII uitgewerkte samenwerking van Maria wordt systematisch overgenomen door het Concilie.
Aanvullende Lezing
Ontdek Mariologie, het Rosarium Virginis Mariae (Johannes Paulus II, 2002), Munificentissimus Deus, Ad Caeli Reginam en de Postgraduaat Mariologie.
Postgraduaat Mariologie
Wil je je kennis van Mariologie verdiepen? Ontdek de Postgraduaat Mariologie aan de Locus Mariologicus – een academische opleiding die theologische strengheid, spirituele levensvorm en levende traditie van de Kerk combineert.
Wil je Mariologie echt leren kennen?
Dit artikel is geïnspireerd door de werken in de bibliotheek van Locus Mariologicus. De Postgraduaat Mariologie leidt je naar dezelfde bronnen, met academische begeleiding: Bijbel, Vaders van de Kerk en Magisteraat, van het eerste dogma tot hedendaagse kwesties.
Responses