Koningin: het koningschap van Maria in de christelijke traditie

Koningin: de relijkheid van Maria’s koningschap in de christelijke traditie
De titel van Koningin (Regina) wordt aan Maria toegeschreven door de christelijke traditie al sinds de 4e eeuw, en ze wordt zowel in het liturgisch gebruik (Salve Regina, Regina Caeli, Ave Regina Coelorum) als in de populaire devotie (Litanies Lauretanes, het 5e glorieuze mysterie van het Rosarium) vereerd. In 1954 verklaarde paus Pius XII dat het niet om een nieuwe waarheid gaat voor het christelijke volk bij de instelling van de liturgische feestdag van Maria Koningin en de publicatie van de encycliek *Ad caeli Reginam* (11 oktober 1954), een belangrijk document van het leergezag over dit onderwerp.Bijbelse grondslagen: de *gəbîrāh* en de Lucaanse teksten
De mariologie rond Maria’s koningschap rust op twee pijlers. Ten eerste de instelling van de *gəbîrāh* (koningin-moeder) in het Oude Testament: in de traditie van het Davidische koningshuis had de moeder van de koning een officiële rol met waardigheid en bijzondere bevoegdheden. Het paradigmale voorbeeld is Betsabea: terwijl zij de geliefde vrouw van David was, boog zij zich voor hem, toen zij zich als moeder van Salomo voor hem presenteerde, stond hij op om haar te verwelkomen, boog voor haar en liet haar op een troon zitten aan zijn rechterhand (1 Koningen 2:12-20). Maria is de *gəbîrāh* van de messiaanse koning, die bij hem is vanaf de *Anunciatie* tot aan het *Calvaria*.De tweede pijler zijn de Lucaanse teksten: de engel Gabriël onthult de koninklijke missie van de Zoon die Maria zal baren: “De Heer God zal hem de troon van David zijn vader geven en hij zal voor altijd over het huis van Jakob regeren” (Lucas 1:32-33). Elisabeth begroet Maria als “moeder van mijn Heer” (Lucas 1:43), een koninklijk titel die teruggaat op Psalm 110:1, met eschatologische en messiaanse resonantie.Theologische redenen volgens *Ad caeli Reginam*
Maria, Koningin in de theologische fundamenten
Pius XII formuleert twee theologische grondslagen. De eerste is de divine moederschap: “Het belangrijkste argument waarop de koninklijke waardigheid van Maria berust, is onmiskenbaar haar goddelijke moederschap. Van de Zoon die uit de Maagd zou geboren worden, wordt gezegd dat ‘Hij zal genoemd worden Zoon van de Allerhoogste’… Daaruit volgt dat zij zelf koningin is, die een Zoon heeft voortgebracht die, vanaf het moment van de conceptie, Koning en Heer was van alles, door de hypostatische unie van de menselijke natuur met het Woord.” De tweede grondslag is haar samenwerking met de Verlosser: “De allerheilige Maagd moet als koningin geprezen worden niet alleen vanwege haar goddelijke moederschap, maar ook vanwege haar bijzondere rol in het werk van onze eeuwige redding, door haar associatie met de nieuwe Adam als ‘nieuwe Eva’ aanwezig aan het kruis, het Zoon aan de Vader te bieden.”Opname en Koningschap: Kroning in de glorie
Net als Jezus, die na zijn opstanding aan de rechterkant van de Vader als Messiaanse koning werd ingewijd (Hand. 2,33-36), werd Maria, bij haar opname in de hemel, aan de rechterhand van de Zoon als koningin geplaatst. De uitspraak uit Psalm 44,10, “bij jou aan de rechterkant de koningin in goud van Ofir”, wordt door de traditie gezien als een beeld van Maria’s opname en kroning. Christus beloofde zijn discipelen te laten deelnemen aan zijn koningschap (2 Tim. 2,11-12, Openb. 3,21). Dit geldt met goede reden ook voor Maria, de Moeder. De opname markeert het begin van het volledige en effectieve uitoefenen van haar koninklijke functie: de menselijke natuur van de Maagd wordt volledig door de glorie van de opgestane Zoon doordrongen.Maria Koningin in evangelisch perspectief: Koningschap van dienst
De theologie na het Concilie benadrukt dat het koningschap van Maria in evangelisch licht moet worden begrepen. “Maria koningin omdat zij dienaar is”: haar grootheid ligt niet in wereldse macht, maar in de volledige overgave aan Gods wil, “Zie, ik ben de dienaar van de Heer” (Luk. 1,38). Het Magnificat (Luk. 1,46-55) vormt de “grondwet” van dit omgekeerde koningschap: God “verlaagt de machtigen van hun troon en verheft de nederigen.” Maria regeert “door het koninkrijk van God aan te nemen”, “overwint de krachten van het kwaad” door nederigheid en geloof, en “heerst gekroond met glorie” niet om gediend te worden, maar om als moederlijk bemiddelaar voor de kinderen van de Zoon (LG 62). Het contrast tussen “mariologie van privileges” en “mariologie van dienst” verdwijnt: Maria’s koningschap is echt omdat het dienst is, “leider” naar de volheid van de verlossing, niet overheersend.Liturgische Herinnering
De feestdag van Maria Koningin werd in 1954 ingesteld door Pius XII en in het hervormde Missal van Paulus VI in 1969 vastgelegd op 22 augustus, de octaaf van de Opname. De antifon “Regina Caeli” (12e-13e eeuw) wordt in de paasperiode in plaats van “Salve Regina” gezongen. De Lauretane Litanies verzamelen door de eeuwen heen de koninklijke titels van Maria: Koningin der Engelen, Koningin der Patriarchen, Koningin der Apostelen, Koningin van alle Heiligen, Koningin onbevlekte ontvangenis, Koningin die ten hemel is opgenomen, Koningin van het Rozenkrans, Koningin van Vrede.Diepgaand onderzoek: bestudeer Mariologie, Mariane theologie, Mariane dogmen en volg een Master in Mariologie.Magisterium van de Kerk
Wij geloven dat de Maagd Maria naar het hoogste punt van het hemelse koninkrijk is verheven en dat zij als Koningin der koningen en Heer van heren moet worden geëerd.
Pius XII, Enc. Ad Caeli Reginam (11 oktober 1954)
📚 Letterlijke vertaling: Wij geloven dat de Maagd Maria naar het hoogste graad van het hemelse koninkrijk is verheven en dat zij als Koningin der koningen en Heer van heren moet worden geëerd.
Postgraduaat in Mariologie
Wil je je kennis van Mariologie verdiepen? Ontdek dan de Postgraduaat Mariologie van Locus Mariologicus, een academische opleiding die theologische strengheid, spirituele levenswijze en de levende traditie van de Kerk combineert.Leer wat de Kerk onderricht over Maria als Mediator van alle genaden.
Wilt u mariologie serieus bestuderen?
Dit artikel is ontstaan uit de werken van de bibliotheek van Locus Mariologicus. De Postgraduaat in Mariologie leidt u naar dezelfde bronnen, met academische begeleiding: de Schrift, de Vaders van de Kerk en het Magisteraat, van het eerste dogma tot hedendaagse kwesties.
Responses