Wind en vuur: 2 Korinteniërs 12 en het geschenk van de Geest in Johannes 20, Pinksteren

Vento e fogo: At 2, 1Cor 12 e o dom do Espírito em Jn 20 — Pentecostes

Ontvangt gij de Heilige Geest: wie u de zonden vergeeft, voor hen zijn de zonden vergeven.
Jo 20,22-23

Vento en vuur: Op de feestdag van Pinksteren, vijftig dagen na Pasen, vieren we de gave van de Heilige Geest die het verlossingswerk van Christus voltooide en de universele missie van de Kerk inluidde. Handelingen 2,1-11 beschrijft het Pinkstergebeurtenis: de hevige wind, de vlammen tongen, het spreken in vreemde talen dat iedereen kon verstaan. 1 Korintiërs 12,3b-7.12-13 presenteert de theologie van de Geest: één Geest die verschillende gaven aan elk lid van het ene lichaam verdeelt. Johannes 20,19-23 beschrijft de gave van de Geest op Pasenavond: Jezus blies over de discipelen en stuurde hen uit om de zonden te vergeven. De drie teksten beschrijven dezelfde gave vanuit verschillende perspectieven: het historische gebeuren, de theologische structuur en de paasgrondslag.I. Vento en vuur: de eerste lezing (Handelingen 2,1-11)Op Pinksteren waren alle gelovigen bijeen op dezelfde plek. “Plotseling was er een geluid van een hevige wind vanuit de hemel, dat het hele huis vulde waar zij zich bevonden. En zij zagen tongen van vuur die zich verspreidden en op elk van hen neerkwamen. Zij werden allemaal gevuld met de Heilige Geest en begonnen in vreemde talen te spreken, zoals de Geest hen gaf.” (Handelingen 2,2-4). In Jeruzalem waren veel godvrezende Joden uit alle volken. Zij hoorden de discipelen en herkenden in elk hun eigen taal. “Wij horen hen de wonderen van God verkondigen in onze eigen taal!” (vers 11). Pinksteren, zoals beschreven door Lucas, is de omgekeerde situatie van de toren van Babel: waar de verwarring van talen de mensen verspreidde, verenigt de Geest hen in het gemeenschappelijk luisteren naar de wonderen van God. Hier begint de universele missie van de Kerk, niet door de uniformiteit te negeren, maar door de diversiteit te overbruggen.II. Vento en vuur: de tweede lezing (1 Korintiërs 12,3b-7.12-13)“Niemand kan ‘Jezus is Heer’ zeggen zonder de Heilige Geest” (1 Korintiërs 12,3b). De eenvoudigste geloofsbelijdenis is al een werk van de Geest. Paulus ontvouwt de theologie van de Geest: “Er is diversiteit van gaven, maar één Geest; diversiteit van dienstverlening, maar één Heer; diversiteit van werkzaamheden, maar één God die alles in allen doet” (vers 4-6). Ieder ontvangt de manifestatie van de Geest voor het gemeenschappelijk welzijn (vers 7). De beeldspraak van het lichaam: “Zoals het lichaam één is, maar heeft vele leden, en al deze leden, hoewel veel, vormen één lichaam, zo is het ook met Christus” (vers 12). “Want in één Geest zijn wij allen gedoopt tot één lichaam” (vers 13). Pinksteren is geen uniformiteit, maar de diversiteit verenigd door één Geest. Het “vento en vuur” van Handelingen 2 wordt in 1 Korintiërs 12 uitgebeeld als een charismatische diversiteit die samenkomt in eenheid.III. Vento en vuur: het evangelie (Johannes 20,19-23)In de namiddag van Pasen verscheen Jezus aan de discipelen met de deuren gesloten. “Vrede zij met u” (Johannes 20,19). Hij toonde hen zijn handen en zijn zij. De discipelen vullen zich met vreugde.Jezus zegt opnieuw: «Vrede zij met u» en voegt eraan toe: «Zoals de Vader mij gezonden heeft, zo zend ik u ook» (v.21). En nadat Hij over hen had ingeademd, zei Hij: «Ontvangt de Heilige Geest. Wie de zonden vergeeft, zal vergeven worden; wie ze vasthoudt, zal vasthouden» (vv.22-23). Johannes plaatst het geschenk van de Geest in de paasnacht, niet in de Pinksteren. Voor Johannes is er geen kloof tussen de opstanding en het geschenk van de Geest: het zijn dezelfde reddingshandeling. De adem van Jezus roept de herinnering op aan Gen 2,7, wanneer God de levensadem in de neus van Adam blies. Jezus herstelt de mensheid door de adem van de Geest, en stuurt hem op missie voor vergeving. Wat Lucas ‘wind en vuur’ noemt, is bij Johannes een stilteadem: dezelfde Geest onder verschillende tekenen.IV. Wind en vuur: Maria en het Pinksteren van de KerkHand 2 beschrijft dat de Geest over degenen neerdaalde die samen in het Hemelpaleis waren: Maria was daar onder hen, als eerste genoemd onder de vrouwen (Hand 1,14). De Geest die op Pinksteren als wind en vuur neerdaalde, is dezelfde die Maria in de Aankondiging omhuld had met Zijn schaduw: Pinksteren is voor de Kerk wat de Aankondiging was voor Maria. Zoals de Geest in de Aankondiging de Zoon in Maria’s lichaam vormde, vormt Hij in Pinksteren het lichaam van Christus, de Kerk, in het Hemelpaleis waar Maria voorzit. 1 Kor 12 spreekt over de leden van het lichaam met verschillende gaven: Maria is het lid dat de hoogste gave heeft ontvangen, namelijk de Moeder te zijn van de hoofd van het lichaam, en is daarom het dichtst bij Christus. In Johannes 20 toont Jezus Hem toe hoe Hij de Geest inademt, net zoals God de levensadem in de neus van Adam blies in Gen 2. Maria is het schepsel waarop de adem van de Geest eerst volledig heeft gewerkte, waardoor de nieuwe schepping tot stand kwam. In Pinksteren, is Maria niet voor het eerst de ontvanger van de Geest: zij voorzit bij de gave die zij zelf als eerste ontving, als moeder die haar kinderen inwijdt in het erfdeel dat zij al bezit. De ‘wind en vuur’ van Pinksteren vinden in haar gebedvolle aanwezigheid het hart van de opkomende Kerk.

De theologie van de Katholieke Kerk omvat de mariologie, angelologie, demonologie en josephologie. Deze disciplines bestuderen en verkennen verschillende aspecten van de geloofsvereisten met betrekking tot Maria, engelen, demonen en Jozef, zoals beschreven in de heilige geschriften en de leer van de Kerk.Mariologie, bijvoorbeeld, richt zich op het begrip en de eerbetoon aan Maria, de moeder van Jezus, en onderzoekt haar rol in de verlossingsgeschiedenis. Dit omvat onderwerpen als de Aankondiging van de Heer (Annunciatie), Maria-Tenhemelopneming (Assuncao), Onbevlekte Ontvangenis (Imaculada Conceicao), en haar altijddurende maagdelijkheid (virgindade perpetua).Angelologie bestudeert de aard en de functie van engelen, hun hiërarchie en hun rol in de goddelijke orde. Demonologie, aan de andere kant, onderzoekt de aard en de invloed van demonische krachten en de strijd tussen goed en kwaad.Josephologie richt zich op de studie van Jozef, de stiefvader van Jezus, en zijn rol in de verlossingsgeschiedenis, inclusief zijn rol als beschermheer en voogd van Jezus.Deze theologische disciplines zijn diepgeworteld in de heilige geschriften, waaronder de Bijbel en de Vaders van de Kerk, en vormen een integraal onderdeel van de katholieke geloofsleer en -praktijk. Ze bieden een uitgebreide verkenning van de goddelijke en menselijke aspecten van de verlossingsgeschiedenis, zoals onthuld in de leer van de Katholieke Kerk.
Bron: Lumen gentium (De Kerk van Christus), het Magisterium van de Katholieke Kerk en de traditionele interpretatie van de heilige geschriften.

Postgraduaat in Mariologie

Wil je je kennis van Mariologie verdiepen? Ontdek dan de Postgraduaat Mariologie aan de Locus Mariologicus – een academische opleiding die theologische strengheid, spirituele levenswijze en de levende traditie van de Kerk combineert.

Inschrijven of meer informatie →

Wil je serieus mariologie bestuderen?

Dit artikel is ontstaan uit de werken in de bibliotheek van Locus Mariologicus. De postgraduaat in Mariologie leidt je naar dezelfde bronnen, met academische begeleiding: de Schrift, de Vaders van de Kerk en het Magisteraat, van het eerste dogma tot hedendaagse kwesties.

Meer weten over de postgraduaat in Mariologie

Related Articles

Responses