Hij is opgestaan zoals Hij had gezegd: op de tiende dag, zoals beschreven in Kolossenzen 3 en het lege graf in Johannes 20.

Hij zag en geloofde.
Jo 20,8

Paasdoming, het hart van het liturgisch jaar, verenigt drie teksten die de centrale waarheid van het christelijk geloof verkondigen: God heeft Jezus uit de doden opgewekt. Hand 10,34a.37-43 laat Petrus getuigen voor Cornelius over de opstanding: wij zagen hem, aten en dronken met hem na zijn opstanding. Kol 3,1-4 roept gedoopte gelovigen op om zich te richten op de dingen in het hoogste, want hun leven is verborgen met Christus in God. Johannes 20,1-9 beschrijft Maria Magdalena’s bezoek aan het graf bij dageraad, de verwijderde steen, de haast van Petrus en de geliefde leerling, en het moment waarop de geliefde leerling zag en geloofde.

I. De eerste lezing: Hand 10,34a.37-43

Petrus spreekt in het huis van Cornelius, de Romeinse centurion, en geeft zijn eerste missionaire toespraak aan heidenen. Hij vat samen wat er gebeurd is: «Wij weten dat wat zich in heel Judea afspeelde, begon in Galilea na het doopwerk van Johannes» (Hand 10,37). God heeft Jezus van Nazareth met de Heilige Geest en kracht gezaligd; Hij ging rond het goede werk verrichtend en genezend iedereen die onder de macht van de duivel stond (v.38). De Joden hebben Hem gedood door Hem aan een paal te spijkeren, maar God heeft Hem opgewekt op de derde dag en hem zichtbaar gemaakt, niet aan iedereen, maar aan de getuigen die God vooraf had bestemd: wij, die met Hem hebben gegeten en gedronken na Zijn opstanding van de doden (vv.40-41). Petrus sluit af: Jezus is aangesteld als rechter over de levenden en de doden, en allen die in Hem geloven, krijgen vergeving van zonden in Zijn naam (vv.42-43). Pasen is geen filosofie: het is getuigenis. Petrus vertelt niet aan, hij beschrijft wat er gebeurd is; de opstanding is een meegemaakt feit, niet een theorie.

II. De tweede lezing: Kol 3,1-4

«Als gij met Christus herrezen zijt, zo zoek dan de dingen die in het hoogste zijn, waar Christus zit aan de rechterhand van God» (Kol 3,1). Paulus zegt niet dat gij zult herrijzen in de toekomst, maar dat gij al herrezen zijt. Doop is al een deelnemen aan de opstanding van Christus. Het directe gevolg is: zoek wat er boven is, niet wat er onder is. «Uw leven is verborgen met Christus in God» (v.3). Deze verborgenheid is geen afwezigheid, maar de vorm van Christus’ aanwezigheid in de tijd tussen de Opstanding en de Parusie. «Wanneer Christus, uw leven, verschijnt, dan zult gij ook verschijnen met Hem in de glorie» (v.4). De Pasen van de leerling kent twee fasen: de fase van verborgenheid, waarin het nieuwe leven onder de schil van het dagelijkse verborgen ligt, en de fase van openbaring, die samenvalt met Christus’ glorieuze komst.

III. Het evangelie: Johannes 20,1-9

Op de eerste dag van de week, nog voor zonsopgang, gaat Maria Magdalena naar het graf en ontdekt dat de steen weggehaald is. Ze rent om het nieuws te brengen aan Petrus en de geliefde leerling: «Ze hebben de Heer uit het graf gehaald en we weten niet waar ze Hem gelegd hebben» (Joh 20,2). De twee rennen naar het graf. De geliefde leerling komt als eerste aan, maar blijft buiten staan. Petrus gaat het graf binnen: hij ziet de linnen doeken op de grond en het sjaal dat Jezus’ hoofd bedekte, opgevouwen en apart gelegd. De geliefde leerling komt ook binnen. «Hij zag en geloofde» (vers 8). Het bijbelboek voegt eerlijk toe: «Omdat zij nog niet begrepen hadden de Schrift, die zegt dat Hij uit de doden zou opstaan» (vers 9). Pasen-geloof ontstaat niet door voorafgaande deductie: het ontstaat door contact met het lege teken en open staan voor wat het teken wijst. Het opgevouwen sjaal, de linnen doeken op de grond, het graf dat de vermiste inhoud bewaart: dit zijn tekens die de geliefde leerling met de ogen van liefde las voordat hij ze begreep met de rede.

IV. Maria en de Paasweek van geloof

In Joh 20 wordt Maria Magdalena niet genoemd op Pasen. Maar de contemplatieve traditie zag dat Maria de centrale figuur is van de Heilige Zaterdag: de enige die geloof behield toen de Zoon in het graf lag en de discipelen waren gevlucht of twijfelden. Col 3 zegt dat het leven van de gedoopten verborgen is met Christus in God: Maria leefde deze radicale verberging op de Heilige Zaterdag, terwijl de leven van de Zoon onder de steen verborgen was, in afwachting van de openbaring die zij alleen kon geloven zonder te zien. Hand 10 verklaart dat de apostelen met de Opgestane deelden: de traditie, althans sinds de vijfde eeuw, gaf aan Jezus de eerste verschijning aan Maria, vooraleer aan Maria Magdalena, vooraleer aan Petrus, en vooraleer aan de leerlingen van Emmaüs, omdat de liefde van de Moeder het langst had gewacht. Pasen is de vervulling van wat Maria in stilte waagde op de Heilige Zaterdag. De steen die de discipelen met verbazing lezen, las Maria met hoop: zij wist, door het geloof dat geen enkele leerling nog bereikt had, dat de Zoon zou terugkeren.

Postgraduaat in Mariologie

Wil je je studie in Mariologie verdiepen? Ontdek het Postgraduaat in Mariologie van Locus Mariologicus – een academische opleiding die theologische strengheid combineert met spirituele levensvorm en levende traditie van de Kerk.

Inschrijven of meer weten? →

Related Articles

Responses