Het epitaf van Maria: het oudste epigrafische getuigenis over Maria

Abercio inscricao maria

Abécio van Hierapolis, bisschop van de Romeinse provincie Phrygië in de tweede helft van de 2e eeuw, neemt een unieke plaats in de geschiedenis van het getuigenis over Maria in. Zijn Epitafie, een in het Grieks geschreven grafinscriptie uit 1883, die nu in de Musea van de Vaticaan is ondergebracht, vormt het oudste bekende epigrafisch document dat de figuur van de Maagd expliciet associeert met het mysterie van de Verlossing. Zijn waarde is des te groter omdat het getuigenis niet literair is, maar lapidair: het zijn woorden gegraveerd op steen door een christelijke bisschop uit Klein-Azië aan het einde van de 2e eeuw, bedoeld om te overleven tot na zijn dood.

Abécio - Epitáfio do século II com inscrição mariológica nos Museus do Vaticano

I. Het epitafie van Abercio en zijn historische uniekheid

Het *Epitafie van Abercio* werd in 1883 ontdekt tijdens opgravingen in Hieropolis in de Thrakië, het huidige Turkije. Drie jaar later, in 1886, werd het grafsteen aan Paus Leo XIII geschonken en tentoongesteld in de Musea van de Vaticaan, waar het een van de meest kostbare antieke documenten vormt. De inscriptie, in het Grieks geschreven en doordrenkt van symbolische en cryptische taal, werd zelf gecomponeerd door Abercio voor zijn dood rond 180-190 na Christus, waardoor het een spiritueel testament op steen wordt.Het unieke karakter van het *Epitafie van Abercio* ligt in het feit dat de auteur niet koos voor directe en open taal in zijn literaire teksten. In een tijdperk van afwisselende vervolgingen diende cryptische en symbolische taal als code voor herkenning; alleen ingewijden konden de volledige betekenis van de opgeroepen beelden ontcijferen. Het grafsteen van Abercio is derhalve geen eenvoudig biografisch epitafie, maar een compendium van het christelijke geloof waarin de figuur van de Maagd een structurele rol speelt.

II. De “Maagd zuiverheid” in het epitafie: kern van de mariologie volgens Abercio

Het centrale punt van het *Epitafie van Abercio* voor de geschiedenis van de Mariologie is de beschrijving van een “Maagd zuiverheid” die vis uit een bron vist en deze als eeuwig voedsel aan vrienden verdeelt. De Portugese vertaling luidt: “De geloof gaf me als voedsel een vis uit de bron, zeer groot en zuiver, die een maagd zuiverheid viste en deze aan vrienden verdeelde om voor altijd van te eten.” De uitdrukking “Maagd zuiverheid” verwijst onmiskenbaar naar Maria, de maagdelijke moeder van de Heer, in de context van de christologie en Mariologie van de tweede eeuw.De dubbele kwalificatie, maagd en zuiver, is geen retorische redundantie. Het woord “maagd” verwijst naar de oorspronkelijke staat van integriteit, het ontbreken van elk menselijk contact dat de goddelijke oorsprong van de conceptie zou kunnen compromitteren. Het bijvoeglijk naamwoord “zuiver” voegt een moreel en spiritueel aspect toe: de zuiverheid van Abercio geeft Maria niet alleen een anatomische maar ook een ontologische zuiverheid, in overeenstemming met de goddelijke verkiezing die haar voorafgaat en haar vormt. Deze schijnbaar subtiele onderscheid voorspelt categorieën die latere theologische reflectie in de leer van de Onbevlekte Ontvangenis zal verfijnen.

III. De vis (ICHTHYS) en de rol van Maria in de Verlossing volgens Abercio

De visafbeelding in het *Epitafie van Abercio*Niet een decoratief versiering: een theologische acroniem van hoge dichtheid. Het Griekse woord ichthys (vis) condenseert, gelezen verticaal als een kruiswoordpuzzel, de volledige christologische formule: Iêsous Christos Theou Huios Sôtêr, Jezus Christus, Zoon van God, Verlosser. De vis is dus zelf Christus. En het is deze Christus die de «maagdelijke maagd» vangt, dat wil zeggen, hem in haar vlees opneemt door de werking van de Heilige Geest.De metafoor van het vangen is theologisch nauwkeurig. Vangen betekent naar iets gaan dat bestaat in het waterige element, dat wil zeggen in de eeuwige goddelijke bestaan, en het naar boven halen naar de menselijke en historische dimensie. Abércio beschrijft zo het mysterie van de Verenking met een beeld van buitengewone effectiviteit: de Maagd creëert de Zoon van God niet, maar ontvangt hem, haalt hem uit de bron en maakt van haar vlees het middel waardoor de Verlosser toegankelijk wordt voor de mensen. Zonder de maagdelijke maagd zou de vis in de diepten van de goddelijkheid onbereikbaar blijven.IV. De eucharistische en kerkelijke dimensie van de inscriptie van AbércioHet Epitafie van Abércio beperkt zijn mariologische reikwijdte niet tot de bevestiging van de maagdelijkheid van Maria. De inscriptie gaat verder met een beeld van eucharistieke aard: de Maagd verdeelt de vis die ze gevangen heeft onder de vrienden van Christus, zodat zij hem voor altijd kunnen eten. Deze langdurige verdeling in de tijd wijst op de functie van Maria in het sacramentele economisch van de Kerk: zij bevrucht niet alleen eens in de geschiedenis de Zoon van God, maar blijft een bemiddelaar van zijn aanwezigheid bij de gelovigen, in overeenstemming met wat de orthodoxe mariologische traditie de universele spirituele moederschap noemt.De inscriptie voegt er nog aan toe dat er een uitstekende wijn wordt gegeven gemengd met het brood, een beeld dat direct doet denken aan de in de vroege christelijke gemeenschappen in Klein-Azië gevierde Eucharistie. Voor Abércio vormen Maria, de vis en het eucharistisch banket een onlosmakelijk geheel: de door de maagdelijke maagd verwerkelijkte Verenking vormt het sacramentele fundament van het hele christelijke leven. Deze intuïtie, uitgedrukt in symbolische taal op een grafsteen uit de 2e eeuw, voorspelt de theologische reflectie die de volgende eeuwen zullen ontwikkelen in de leer over de associatie van Maria met het verlosse offer van haar Zoon.V. Het mariologisch erfgoed van het epitafie van AbércioHet Epitafie van AbércioDit vormt een knooppunt van verschillende stromingen binnen de vroege Mariologie. De maagdelijke maagd die de ICHTHYS visser, verenigt in zichzelf de bekentenis van de maagdelijke moederschap, bemiddeling bij de Verlossing en deelname aan het eucharistisch banket. Al deze elementen zijn gecondenseerd in een beknopte, cryptische inscriptie, geschreven door een bisschop uit Klein-Azië rond 180-190 na Christus, in een taal die alleen door de ingewijden volledig ontcijferd kon worden.

Het feit dat het document epigrafisch is en niet literair, heeft een aanzienlijke historische waarde. Literatuur kan gekopieerd, ingevoegd of met variaties doorgegeven worden. De steen liegt niet: wat Abércio op zijn grafsteen heeft gegraveerd, is wat hij geloofde op het moment van samenstellen. Het Epitafie van Abércio bewijst dus dat de bekentenis van de maagdelijke moederschap van Maria als voorwaarde voor de Verlossing van de Zoon van God geen laatste theologische constructie is, maar een geloofsbekentenis van de christelijke gemeenschappen in Klein-Azië aan het einde van de 2de eeuw. Zie Lumen Gentium, nr. 55: «Deze profetieën uit het Oude Testament werden in haar vervuld». Het onderzoek naar de patristische Mariologie maakt deel uit van het programma van de Postgraduaat in Mariologie van Locus Mariologicus.

Postgraduaat in Mariologie

Wil je je kennis van Mariologie verdiepen? Ontdek dan de Postgraduaat Mariologie aan de Locus Mariologicus – een academische opleiding die theologische strengheid, spirituele levenswijze en de levende traditie van de Kerk combineert.

Inschrijven of meer informatie →

Wil je serieus mariologie bestuderen?

Dit artikel is ontstaan uit de werken in de bibliotheek van Locus Mariologicus. De postgraduaat in Mariologie leidt je naar dezelfde bronnen, met academische begeleiding: de Schrift, de Vaders van de Kerk en het Leergezag, van het eerste dogma tot hedendaagse kwesties.

De postgraduaat in Mariologie ontdekken

Related Articles

Responses