Vraag het Lam van God: Isaëus 53, 1 Korintiërs 1 en het getuigenis van Johannes in Johannes 1
Ecce Agnus Dei, ecce qui tollit peccatum mundi.
Jo 1,29
De tweede zondag van het gewone jaar A verbindt drie teksten rond de identiteit van Jezus en het getuigenis dat Hem aankondigt. Is 49,3.5-6 verkondigt het tweede lied van de Dienaar: als dienaar van Israël is men al veel, maar als licht voor de naties is men nog meer. 1Kor 1,1-3 opent de brief van Paulus aan de Korinten met een apostolische groet die de christelijke gemeenschap definieert als geroepen tot heiligheid en gemeenschap. Jo 1,29-34 presenteert het getuigenis van Johannes: toen hij Jezus zag, noemde hij Hem “de Lam van God die de zonden van de wereld wegneemt” en zag hij de Geest over Hem neerdalen en op Hem blijven, de Zoon van God.
I. De eerste lezing: Is 49,3.5-6De Heer zegt tot Zijn Dienaar: “Jij bent Mijn dienaar, Israël, waarover Ik mij zal verheugen” (Is 49,3). En de Dienaar bekent: “Ik ben de Heer die Mij gevormd heeft sinds mijn moederleegte om Zijn dienaar te zijn, om Jakob terug te brengen en Israël te verzamelen” (v.5). Maar de missie strekt zich verder uit dan Israël: “Het is niet genoeg dat gij Mijn dienaar zijt om Jakob terug te brengen en de overlevenden van Israël te verzamelen; Ik zal u tot licht voor de naties maken, opdat Mijn redding tot aan de uiteinden van de aarde reikt” (v.6). Het tweede lied van de Dienaar verdiept het eerste: de missie begint bij het volk, maar gaat daar verder dan.
II. De tweede lezing: 1Kor 1,1-3Paulus opent zijn brief aan de Korinten met een groet die tegelijkertijd de christelijke gemeenschap definieert: “Paulus, door God tot apostel van Jezus Christus geroepen, en Sosthenes, onze broeder, aan de kerk van God in Korinthe, aan de heiligen die in Christus Jezus zijn geroepen, met allegenoten die overal de naam van ons Heer Jezus Christus aanroepen, Heer van hen allen” (1Kor 1,1-2). Drie elementen definiëren de christenen: zij zijn geheiligd in Christus, geroepen tot heiligheid, en verbonden met allen die dezelfde naam aanroepen. De groet “de genade en vrede zij met u, van God onze Vader en van de Heer Jezus Christus” (v.3) is geen conventionele formule; het is een gecondenseerde theologie. “Genade” is Gods onbetaalde gave. “Vrede” is het shalom-bijbelconcept, de integriteit van wie in een juiste relatie met God verkeert.
III. Het evangelie: Jo 1,29-34Het getuigenis van Johannes beschrijft Jezus als volgt: “En dit was het getuigenis van Johannes, toen de Joden naar Jeruzalem kwamen om zich te baden in de feestdagen, en hij zag Jezus gaan en zei: ‘Hier is de Lam van God die de zonden van de wereld wegneemt.'” En Johannes zag de Geest over Hem neerdalen en op Hem blijven (Jo 1,29-34).
Op de dag na het verhoor van de gezanten uit Jeruzalem, ziet Johannes Jezus naar hem toe komen en roept hij uit: «Hier is het Lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt» (Joh 1,29). Johannes getuigt: Hij was degene over wie hij had gesproken dat Hij na hem zou komen, maar die al vóór hem bestond (v.30). Johannes kende Hem niet, maar kwam met het doopritueel om Hem aan Israël te openbaren (v.31). En de beslissende getuigenis: «Ik zag de Geest uit de hemel neerkomen als een duif en op Hem blijven rusten. Ik kende Hem niet, maar degene die mij stuurde om met water te dopen, zei tegen mij: Op wie je de Geest ziet neerkomen en op hem blijven rusten, die is het die met de Heilige Geest doopt» (vv.32-33). «En ik zag en getuig ik dat dit de Zoon van God is» (v.34). De titel «Lam Gods» behoort tot de rijkste uitdrukkingen in het Nieuwe Testament: Hij roept op aan het paaslam uit Exodus, de lijdende dienaar uit Jesaja die als lam naar de slacht wordt geleid, en het lam in Openbaring 5 dat wereldwijd wordt aanbeden. Johannes wijst en getuigt: De taak van de Voorbode is precies om naar Hem te wijzen en niet zelf licht te zijn.
IV. Maria en het Lam Gods
Wanneer Johannes uitroept «Hier is het Lam Gods», wijst hij naar dezelfde als wie Simeon Maria in de tempel had aangeduid: «Dit kind zal een teken van tegenspraak zijn, en een zwaard zal door jouw eigen ziel gaan» (Lucas 2,34-35). Simeon zag in het kind de dienaar die zou lijden. Johannes formuleert dezelfde realiteit met de beeldtaal van het lam. Maria kende het Lam al voor elke publieke benaming: Ze heeft Hem verwekt, gevoed en opgevoed in Nazareth. Jesaja zegt over de dienaar: «Hij werd gevormd in de moedermelk»: De moedermelk van de dienaar van Jahve is Maria’s borst. De universele missie van de dienaar, «licht voor de volken, redding tot aan de uiteinden van de aarde», begint op het moment dat Maria «laat gebeurenin Christus geheiligd»: Maria is het schepsel dat het meest volledig in Christus is geheiligd, omdat ze Hem het meest volmaakt heeft geleefd ten dienste van het Lam.
Postgraduaat in Mariologie
Wil je je studie in Mariologie verdiepen? Ontdek het Postgraduaat in Mariologie van Locus Mariologicus – een academische opleiding die theologische nauwkeurigheid, spirituele levensvorm en levende traditie van de Kerk combineert.
Responses