De bezoeken van de gelukzalige Maagd Maria

A Visitação: Maria e Isabel encontram-se em estância renascentista, com paisagem montanhosa da Judeia
De Bezoeking van Maria bij Elisabeth (zie Lc 1,39-56) vormt een van de centrale momenten in de mariologie uit de Bijbel. De Bezoeking van Maria onthult het mysterie van de goddelijke aanwezigheid die vooraf werd aangekondigd door de Heilige Geest. Als Moeder van de Verlosser wordt Maria bij haar bezoek aan Elisabeth drager van de messianische vreugde zoals voorspeld door de profeten.

“Exulta et lauda, filia Sion, quoniam magnus in medio tui Sanctus Israel”. “Exulta en zing, dochter van Zion, want er is een Grote in het midden van jouw volk, de Heilige van Israël” (Is 12,6).

I. De vreugde die voortkomt uit Gods aanwezigheid

Het gezang van profeet Sofonias, dat de lezing voor deze mis opent, behoort tot de meest heldere passages van het Oude Testament profetisme. “Zing, dochter van Zion, juich en vreug je met al je hart, dochter van Jeruzalem!” (Sf 3,14). De oproep tot vreugde komt niet voort uit een gunstige menselijke situatie; Sofonias voorspelde in een tijdperk van ontrouw en dreiging. De vreugde die hij aankondigt, is het resultaat van een innerlijke aanwezigheid en niet van externe omstandigheden: “De Heer, uw God, is tussen u als een heldhaftige held. Hij juicht van vreugde om uw wil, vernieuwt zijn liefde, danst van blijdschap over u” (Sf 3,17). De omkering is opmerkelijk: niet alleen Israël verheugt zich in God, maar God verheugt zich ook in Israël. De relatie tussen God en Zijn volk wordt hier op zijn meest intieme en gepassioneerde manier gepresenteerd: een dansende liefde, een zingende liefde, een liefde die zich niet kan bedwingen voor de geliefde schepping.

Deze vreugde die Sofonias aan dochter van Zion belooft, vindt haar volste vervulling in de Bezoeking. Maria is de uitmuntende dochter van Zion: in haar woont God op een unieke manier, en de belofte van aanwezigheid wordt in haar vlees geopenbaard. Toen Maria bij Elizabeth binnenkwam, barstte fysiek de vreugde los die Sofonias had voorspeld: zelfs de onbaatzuchtige Johannes de Doper, nog in de baar, juichte van vreugde bij het voelen van de nabijheid van de Heer die Maria met zich meebracht. De liturgie van deze mis verenigt de twee teksten in één contemplatie: de messiaanse vreugde die Sofonias aan Zion beloofde, is dezelfde vreugde die Maria overdraagt naar elk huis dat ze bezoekt, omdat zij zelf de incarnatie van God is.

II. De haast van liefdadigheid en de logica van het geschenk

Het Lucas-verslag van de Bezoeking begint met een opmerkelijke aanwijzing die de spirituele traditie nooit heeft overgeslagen: “Op die dag stond Maria op en ging ze haastig naar de bergstreek, naar een stad in Juda” (Lc 1,39). De haast van Maria is geen zenuwachtigheid noch ongeduld; het is de uiterlijke uiting van een liefdadigheid die zich niet kan herhouden wanneer het om dienen gaat. Kort na het ontvangt van de engelische boodschap over de zwangerschap van Elizabeth, vertrekt Maria. Ze wacht niet op gunstige omstandigheden, berekent geen kosten, en overweegt niet of het verstandig is alleen te reizen door de bergstreken. De genade die ze ontving, verandert onmiddellijk in een aangeboden dienst. Deze dynamiek is inherent aan de mariale spiritualiteit: Maria geeft de gaven die zij ontvangt niet voor zichzelf, maar laat ze stromen naar anderen.

Het bezoek van Maria aan Elizabeth is tegelijkertijd een daad van menselijke liefdadigheid, een profetisch gebaar en een sacrament van Gods aanwezigheid. Het is een daad van menselijke liefdadigheid omdat Maria helpt bij de onverwachte zwangerschap van haar oudere neefin. Het is een profetisch gebaar omdat de komst van Maria onmiddellijk leidt tot de manifestatie van de Heilige Geest. Het is een sacrament van Gods aanwezigheid omdat, in Maria, Christus zelf naar het huis van Elizabeth komt voordat hij geboren wordt. De Bezoeking voorziet zo in de logica van het sacrament in de kerk: de aanwezigheid van Christus wordt effectief gemaakt door menselijke media en concrete handelingen.

III. Het Magnificat: het gezang van de messiaanse omkering

De begroeting van Elizabeth aan Maria is een van de meest prachtige mariologische bekentenissen in het hele Bijboek: “Welgegroet, gij die gelukkig bent in God, en gezegend zij de vrucht van uw buik! Hoe kan ik waardig zijn dat de moeder van mijn Heer bij mij komt?” (Lc 1,42-43). Geïnspireerd door de Heilige Geest, erkent Elizabeth in Maria de Moeder van de Heer voordat er enige menselijke uitleg is gegeven. De goddelijke moederschap van Maria, die het Concilie van Constantinopel in 431 officieel zou definiëren, is al aanwezig in deze bekentenis van de zwangere vrouw in Juda. Elizabeth verklaart de gelukzaligheid van Maria niet alleen vanwege haar fysieke moederschap, maar vooral vanwege haar geloof: “Welgegroet, die gelooft, want wat door de Heer gezegd is, zal geschieden” (Lc 1,45). Het geloof van Maria staat voorop in de volgorde van de gelukzaligheden, omdat het de bron is van haar moederschap als goddelijke gave.

Als antwoord op Elizabeths bekentenis zingt Maria het Magnificat, een van de meest indrukwekkende bijbelgedichten. “Mijn ziel verheugt zich in God, en mijn geest juicht van vreugde in hem, mijn Redder” (Lc 1,46-47). Het gezang van Maria is een herlezing van het hele verlossingsverhaal vanuit de perspectief van de kleine: God vernedert de machtigen, verheft de nederigen, vult de hongerige en stuurt de rijken met lege handen weg (Lc 1,52-53). Deze omkering is geen sociaal revanchisme; het is de onthulling van de logica van het Koninkrijk, waar Gods grootheid in de ogen van God anders is dan de menselijke maatstaven. Maria, de “dienerin” (Lc 1,38.48), wordt de eerste icoon van deze omkering: de “nederige” die Moeder van God wordt, de “gebedenloze” die door alle generaties als gelukzalig zal worden geheven.

IV. Maria, draagster van Christus en model voor kerkelijk dienstbaar zijn

De derde mis in deze collectie viert in de Bezoeking het mysterie van Maria als draagster van Christus naar de wereld. De Christophora, die Christus draagt, is niet alleen een liefhebbend beeld; het is een van de meest uitdrukkelijke beschrijvingen van Maria’s missie in het heilsplan. Maria draagt Christus niet alleen negen maanden in haar buik: ze brengt hem naar de wereld door elk dienstbaar gebaar, bij elk bezoek dat transformatie brengt, en op elk moment waar de aanwezigheid van Christus door haar mediaal werk irrupteert in iemands leven.

De kerk ziet in de Bezoeking een model voor haar eigen zijn en handelen. Net zoals Maria Elizabeth bracht naar Christus en vreugde en bevrijding en de Geest bracht, roept de kerk op om Christus overal en in elke cultuur te brengen. Het dienstbaar zijn van Maria aan Elizabeth is het archetypische voorbeeld van kerkelijk dienstbaar zijn: vrijblijvend, urgent, concreet, en in staat om bij anderen de aanwezigheid van God te wekken.

Het Magnificat dat Maria zingt in het huis van Elizabeth is het gezang dat de kerk voortzet in elke avondgebeden, omdat de vreugde die bij de Bezoeking begon, niet ophoudt: het blijft de kerk doorheen de eeuwen heen vergezellen wanneer iemand, geïnspireerd door de Geest, zich opmaakt om naar de behoeftige broeder of zuster te gaan.

Postgraduaat Mariologie

Wil je je kennis van Mariologie verdiepen? Ontdek het Postgraduaat Mariologie van Locus Mariologicus – een academische opleiding die theologische strengheid, spirituele levensvorm en de levende traditie van de Kerk combineert.

Inschrijven of meer weten? →

Wil je Mariologie echt leren kennen?

Dit artikel is geïnspireerd door de werken in de bibliotheek van Locus Mariologicus. Het Postgraduaat Mariologie brengt je naar dezelfde bron, met academische begeleiding: de Bijbel, de Vaders van de Kerk en het Magisteraat, van het eerste dogma tot hedendaagse kwesties.

Meer weten over het Postgraduaat Mariologie

Related Articles

Responses