De mis is groot: Ex 19, Rom 5 en de uitzending van de twaalf in Mt 9-10

A messe é grande: Ex 19, rom 5 e o envio dos doze em Mt 9-10
De oogst is veel, maar de arbeiders zijn weinig; daarom bidt de heer van de oogst om arbeiders voor zijn oogst.
Mt 9,37-38

Het elfde zondag in het gewone jaar A verbindt drie teksten rond roeping en missie. Ex 19,2-6a presenteert het verbond van Sinaï: God bracht Israël op de vleugels van een arend naar Zichzelf en als zij het verbond naleven, zal het Zijn schat zijn, een koningschap van priesters en een heilige natie. Rom 5,6-11 verklaart dat Christus voor de onrechtvaardigen stierf om Gods liefde te bewijzen: door Zijn dood worden wij verzoend en door Zijn leven gered. Mt 9,36-10,8 beschrijft de mededogen van Jezus met de menigte als schapen zonder herder, het uitvaarten van de twaalf apostelen met de macht om te genezen en het Koninkrijk te verkondigen. De drie teksten beschrijven hetzelfde beweging: God die kiest, die verlost en die Zijn gekozen zenden voor Zijn dienst.

I. De eerste lezing: Ex 19,2-6a

Israël kwam aan bij de woestijn van Sinaï en kampte tegenover de berg. God riep Mozes en zei: «Jullie hebben gezien wat Ik met Egypte gedaan heb en hoe Ik jullie op de vleugels van een arend naar Mij gebracht heb» (Ex 19,4). De beeldspraak van de vleugels van een arend roept zowel zachtheid als kracht op: God droeg Israël op Zijn vleugels als een arend zijn jongen draagt. De voorwaarden van het verbond zijn gehoorzaamheid, maar de motivatie is liefde: «Als gij Mijn stem hoort en Mijn verbond naleeft, zult gij Mijn schat zijn onder alle volken» (v.5). En de roeping: «Gij zult voor Mij een koningschap van priesters en een heilige natie zijn» (v.6a). Israël wordt niet opgeroepen om een volk te zijn tussen de volken, maar om een volk voor de volken te zijn: het koningschap van priesters betekent bemiddelen tussen God en de wereld.

II. De tweede lezing: Rom 5,6-11

«Wanneer het tijd was, stierf Christus voor de onrechtvaardigen, terwijl wij nog zwak waren» (Rom 5,6). Paulus benadrukt de eenzijdige initiatief van God: niet onze bekering voorafgaand, noch onze verdiensten, maar onze zwakte en ongerechtigheid. «Het is moeilijk dat iemand sterft voor een rechtvaardig persoon, maar God bewijst Zijn liefde voor ons: toen wij nog zonden, stierf Christus voor ons» (vv.7-8). Het bewijs van Gods liefde is juist dat Hij niet wachtte tot wij goed waren. «Door Zijn dood zijn wij verzoend met God en door Zijn leven gered» (v.10). Verzoening is het beginpunt, niet het eindpunt: de opgestane Christus is wat ons definitief redt. «Waarom vieren wij Gods glorie niet in Hem, onze heer Jezus Christus, door wiens genade wij nu verzoend zijn met God?» (v.11).

III. Het evangelie: Mt 9,36-10,8

Jezus reisde door steden en dorpen, onderrichtend en het goede nieuws aankondigend. «Zienende de menigten, had Hij mededogen met hen, want zij waren vermoeid en verlaten als schapen zonder herder» (Mt 9,36). Het mededogen van Jezus is geen oppervlakkige emotie: het is een innerlijke beweging die tot actie leidt. Hij zei tegen zijn discipelen: «De oogst is groot, maar de arbeiders zijn weinig. Vraag dus bij de Heer van de oogst om arbeiders voor Zijn oogst» (vv.37-38). En Hij nam het initiatief: Hij riep de twaalf uit en gaf hen de macht om onreinheden te verdrijven en alle ziekten en kwalen te genezen. Hij stuurde hen met specifieke instructies: «Ga en verkondig dat het Koninkrijk van de hemel nabij is. Genees de zieken, wek de doden op, reinig de lepers, verdrijf de demonen: gij hebt alles gratis ontvangen, geef dus gratis» (10,7-8). «Geef gratis, ontvangt gratis» definieert de stijl van het christelijke werk: geen transactie, geen verdienste, maar de gratis verspreiding van wat gratis is ontvangen.

IV. Maria en mededogen met de menigten

Uit Ex 19 wordt Israël beschreven als «een koninkrijk van priesters en een heilige natie»: Maria is de meest volledige vervulling van deze roeping binnen het nieuwe Israël. Als hoogstgeplaatste priester, bracht zij de Zoon aan de Vader in de Tempel bij de Presentatie en aan het voet van het kruis, bemiddelend tussen de zondige mensheid en de heilige God. Rom 5 verklaart dat Christus voor onwaardige mensen stierf toen wij nog zwak waren: de traditie ziet Maria als de bemiddelaar die de Zoon de zwakken en zondaars die Hij liefhad tot aan de dood presenteert, niet als een redend bemiddelare (dat is alleen Christus’ taak), maar als een moederlijke tussenpersoon. Mt 9 beschrijft Jezus die de menigten «vermoeid en verlaten als schapen zonder herder» met mededogen ziet: Maria deelt deze mededogen met de menigten die Hem worden toevertrouwd. Wat Jezus zag en voelde bij de menigten die Hij volgde, ziet en voelt Maria bij de menigten van vandaag die aan Hem zijn toevertrouwd. De missie van de twaalf voortkomt uit Jezus’ mededogen: de intercessie van Maria voortkomt uit dezelfde moederlijke en universele mededogen voor iedereen die «vermoeid en verlaten» is in de wereld van vandaag.

Pós-Graduação in Mariologie

Wil je je kennis van Mariologie verdiepen? Ontdek de Pós-Graduação in Mariologie van Locus Mariologicus – een academische opleiding die theologische strengheid, spirituele levensvorm en levende traditie van de Kerk combineert.

Inschrijven of meer weten? →

Related Articles

Responses