Maria: het ware gezicht van de vrouw

Wanneer we spreken over vrouwen in de westerse cultuur, is het gebruikelijk om naar Maria te verwijzen als representatief voor het vrouwelijke geslacht. Maar zoals paus Paulus VI stelt: «De Kerk, wanneer zij de lange geschiedenis van de devotie tot Maria onderzoekt, verheugt zich over de continuïteit van het aanbiddingsfeit. Zij houdt echter niet vast aan de representatieve schema’s van de verschillende culturele tijdperken noch aan de specifieke antropologische concepten die eraan ten grondslag liggen. Bovendien begrijpt zij dat sommige uitingen van dit aanbidding, hoewel volledig geldig op zichzelf, minder geschikt zijn voor mensen uit andere tijdperken en beschavingen. Ten slotte willen wij benadrukken dat onze tijd, net als de voorgaande, wordt uitgenodigd om haar eigen begrip van de werkelijkheid af te wegen tegen het woord van God en, specifiek wat dit onderwerp betreft, de antropologische concepten en de daaruit voortvloeiende kwesties met het beeld van de Maagd Maria zoals deze in het Evangelie wordt voorgesteld, te confronteren. Door de heilige Schrift te lezen onder invloed van de Heilige Geest, met inachtneming van de inzichten van de menselijke wetenschappen en de verschillende situaties van de hedendaagse wereld, zullen we ontdekken dat Maria een uitstekend model kan zijn voor wat mannen in onze tijd begeeren» (Marialis Cultus, nn. 36-37). Daarom kunnen we alleen door naar het gezicht te kijken dat het dichtst bij God ligt, de Maagd uit het Evangelie als spiegel van het vrouwelijke geslacht voor onze cultuur zien.
Maria, een Hebreeuwse vrouw die deel uitmaakt van een onderworpen volk onder het Romeinse rijk, presenteert zich vandaag als de meest invloedrijke vrouw ter wereld, zowel binnen als buiten het christendom. In het hedendaagse christendom zien we een samenvatting van uitdrukkingen om over het vrouwelijke geslacht te spreken als ‘archetypische essentie van de vrouw’ (Ratzinger), waarbij we in haar vrouwelijke vorm het ‘vrouwelijke van de geloof’ en zelfs de ‘persoonlijke synthese van het principe Vrouw’ herkennen. We stellen de vraag: kunnen we mariologie bespreken zonder het vrouwelijke te benoemen en vice versa? Om een negatief antwoord te geven, moeten we weerstaan aan een huidige trend: het elimineren van het vrouwelijke element uit de christelijke boodschap. De hedendaagse wereldwijde cultuur wordt gekenmerkt door een mannelijke activisme waarbij, met de afschaffing van ruimtelijke barrières, de globale productieplanning de mogelijkheid tot creatie uitschakelt, inclusief het verminderen van gemeenschappelijke goedkeuzes tot ‘wiskunde van de realiteit’. In deze context wordt het westerse mannelijke principe tegengewicht geboden door het vrouwelijke principe dat zich inspireert in het Maria-mysterie.
Volgens de katholieke mariologie wordt de wederzijdse relatie tussen vrouw en geloof onthuld wanneer we Maria als de eerste discipel, mystiek leerkracht en lerares van de apostelen beschouwen. Echter, het concept van een ’emancipeerde vrouw’ wint aan terrein wanneer men beweren dat de Moeder van Jezus zich vrij en bewust verzet tegen een door mannen gedomineerde cultuur. Laten we ons door deze bewering laten raken en de fundamenten leggen die ons uiteindelijk naar diepere conclusies kunnen leiden. De vrouwelijke visie op Maria is gebaseerd op verschil en relatie. Bij het lezen van Genesis 2,24-25 stuit men op het seksuele verschil dat onze opvatting van schepping als wil van de Schepper vormgeeft. Deze opdracht bevestigt de diversiteit in actieve en wederzijdse samenwerking tussen man en vrouw. De tweeligheid van de seksen als schepping staat in schril contrast met het elimineren van diversiteit, aangezien vrouwen niet gelijkwaardig aan mannen kunnen worden beschouwd en ondergeschikt behandeld mogen worden. Of we benadrukken dat de positie van de vrouw zo ondergeschikt is gemaakt dat er een confrontatie ontstaat waarin het vrouwelijke element, de oppositie tegen het mannelijke wordt gezien. Deze visie maakt mannen, mannelijkheid tot doelwit van de kritiek in plaats van de structurele sociale zonde als onderdrukkende kracht te beschouwen. Vrouw is geen tegenstelling aan man, maar wederzijdse samenwerkende partner. Wanneer we ons aansluiten bij de woorden van Sint Paulus in Galaten 3,27ss, vinden we een overstijging van rivaliteit, tegenstelling en vijandschap in Christus, en niet een annulering van mannelijkheid of vrouwelijkheid. De mariologische cultuur die verschil en samenwerking benadrukt, biedt een evenwichtiger perspectief in een wereld vol contrasten. Het criterium voor de vrouw is geen tegenstelling aan man, maar samenwerking die geen ruimte laat voor het opheffen van specifieke kenmerken in gelijkheid.
Een ander element dat de balans tussen man en vrouw verstoort, is de poging om zich te bevrijden van biologische beperkingen die ertoe neigen de verschillen tussen seksen als ‘eenvoudige’ effecten van historische-culturele voorwaarden af te schilderen. Het reduceren van man en vrouw tot een homogene massa waarin biologische verschillen geen betekenisvol impact meer hebben, is een ideologie die zelfs het ‘vrouwelijke genie’ vervalst. Man en Vrouw zijn in hun wezen, psychologisch en fysiek divers binnen de relatie van ‘eenheid’. We moeten benadrukken dat we spreken over vrouwelijk en mannelijk niet als afzonderlijke compartimenten, maar als bruggen van wederzijdse bijdrage die zich niet homogeen mengt, maar bijdraagt aan het gemeenschappelijk goed van Gods eerste gebod: “Groei en vermenigvuldig u” (Genesis 1,28).
Zonder de vrije ontwikkeling van het vrouwelijke geslacht in de wereld en theologie in twijfel te trekken, vindt complementairheid zijn concrete uiting in het mysterie van Maria dat verder gaat dan alleen moederschap. De genezende moederlijke zorg van Maria, binnen het mariologisch kader, weerspiegelt zich in de wet van de nederigheid die het vruchtbare woord met zich meedraagt. De implicaties van deze wet worden later verder uitgewerkt in de uitspraken van de kerkvaders over het materiële mysterie van de aarde. Deze visie op Maria, vandaag de dag van groot belang in het begrip van het gemeenschappelijk huis, leidt ons naar een vrouwelijke kijk die zichzelf opoffert zodat de aarde vruchtbaar kan zijn. Hoewel dit in tegenspraak lijkt met bepaalde eisen, vormt het toch een element dat in overweging moet worden genomen bij het bespreken van de vorming van het vrouwelijke persoonlijkheid. Zonder de vrouw te reduceren tot een kwestie van moederschap, kunnen we niet ontkennen dat het vrouwelijke potentieel van moederschap diepgaand structuur geeft aan de vrouwelijke persoonlijkheid. Deze bijna inheemse capaciteit om ‘voor de ander te zijn’ is geworteld in de mariologie uit de Bijbel met de visie op de vrouw als ‘metgezel van de man’. Het mannelijke beginsel van activiteit en zelfbepaling wordt gebalanceerd door haar passieve opoffering voor de ander. We bedoelen hier geen annulering van vrouwelijke mogelijkheden, maar eerder een complementariteit binnen eenheid, want alleen zo kan onderwerping voorkomen.
De kwestie van vrouw en man is doorheen de geschiedenis van het christendom aanwezig. Het is niet geheel nieuw noch vrij van historische conceptuele invloeden: ratio en emotio. Deze elementen beschouwen Maria als een hemelse Moeder, als het hart van de hemel, en hoewel dit aanvankelijk misschien anacronistisch lijkt, staat het vandaag in schril contrast met het rationaliserende en puriteinse activisme dat de sociale media overspoelt. Als deze twee concepten oorspronkelijk bedoeld waren om de rationalisering van het christendom te verhogen door het centrum ervan te ontnemen aan emotie, zien we vandaag de dag juist de afwijzing van een radicale verlichtingsrationalisatie die probeert de westerse cultuur te domineren door het sociale weefsel van het christelijke geloof zijn eenheid tussen geloof en rede te ontnemen. Een eenzijdige kijk staat in geen enkel geval voor evenwicht.
Het vrouwelijke zijn is niet het tegenovergestelde van het niet-mannen zijn. De bij de Bijbel bevestigde complementariteit wordt gevonden in de bemiddeling die de vrouw vervult als moeder, tussen de wereld en het kind. De vrouwelijke autoriteit wordt afgeleid uit de relatie tussen de verschillende elementen binnen de familie met het centrum van eenheid, dat typisch vrouwelijk is. De mariologische visie op het verschil tussen man en vrouw en hun complementariteit moet noodzakelijkerwijs alomvattend zijn. Met dit in gedachten willen we benadrukken dat alleen een kijk op de bredere relaties een vrouwelijke visie kan bieden die niet beperkt blijft tot een typisch solipsistisch geheel.
Kan een vrouw uit Galilea in de 1e eeuw vandaag als model van feminiteit worden beschouwd? Een bevestigend antwoord vereist een antropologische mariologische visie voor het derde millennium: Maria bood een actieve en verantwoordelijke bijdrage aan het goddelijke project dat cruciaal is voor de geschiedenis van de mensheid. In die zin heeft de christelijke vrouw Maria als model voor deelname aan gemeenschapsbeslissingen. Maria maakte een moedige keuze (Lc 1,38) die inhield open te staan voor huwelijkse waarden die in contrast stonden met haar maagdelijkheid, maar die deel uitmaakten van Gods roep. In deze zin vindt het religieuze leven zijn evenwicht. Door het uitroepen van het Magnificat herinnert Maria aan God die de machtigen van hun troon verdrijft en de onderdrukten en beschaamden verheft (zie Dictionair Mariologisch: Magnificat). Daarom staat Maria volledig in tegen passiviteit, afzijdigheid en religieuze alienatie. Het contrast tussen haar ervaringen van ontbering en lijden staat in schril contrast met een beeld van zwakte, vooral psychologische zwakte vermomd als medicatie, omdat het een sterk model voorstelt van een vrouw die niet opgaat in haar roep. De uitbreiding van Maria’s materniteit (Jo 19,25-27) over de discipelen plaatst haar als een veilige ankerplaats in tijden van onbegrip en tegelijkertijd als de vrouwelijke capaciteit om het verschillende van haar Zoon te omarmen (Act 1,14). Samenvattend is Maria Vrouw, Maagd, Gemarideerde en Moeder, waarin het archetypische beeld van de persoonlijke waardigheid van de vrouw wordt vastgelegd en waarmee ze de visie op vrouwen als zwak, afzijdig, gedomineerd en onderdanig hergeeft door haar leven in het licht van de geloof. De antropologische rijkdom van Maria’s figuur blijft voortduren en creëert generaties vrouwen die in alle eeuwen, tijdens hun spirituele pelgrimstocht, begrip vinden bij degene die de discipelen ‘Moeder’ noemden.
Responses