Onze Lieve Vrouwe van Pijn: een bijbelse devotie

Om de identiteit van Maria en dus de waarheid van Mater Dolorosa te begrijpen, moeten we elk feit uit de Schrift opnemen en terugbrengen naar het centrum, namelijk Christus. Dit is wat de Kerk altijd heeft gedaan. Als we de Evangelie lezen, vinden we de Moeder van God die vanaf het begin van Jezus’ historische bestaan nauw verbonden is met zijn lot van lijden en opstanding.
Door enkele momenten uit haar leven te overwegen, herkennen we dat de Maagd te maken heeft met eigen lijden en moeilijkheden die inherent zijn aan de menselijke conditie. Ze woont een tijdje in Nazaret. Ze trekt naar Bethlehem, waar ze de Messias die iedereen verwachtte, in een stal moet leggen [voorafgaand aan zijn graf (cf. Lc 2,7)]. Samen met Jozef vlucht ze naar Egypte om haar Zoon te redden van Herodes’ wreedheid (cf. Mt 2,13-14). Ze keert terug naar Nazareth om met Jezus en Jozef in het dagelijkse leven van een gezin te leven (cf. Mt 2,23; Lc 2,51). Daarnaast geven de Evangelie bijzondere aandacht aan drie episodes die expliciet de pijn die Maria heeft ervaren, belichten:
1. De profetie van Simeon (Lc 2,33-35).
2. Het verlies van Jezus in Jeruzalem (Lc 2,41-50).
3. Haar aanwezigheid aan het kruis met Christus (Jo 19,25-27).
Deze passages verwijzen voortdurend naar het lijden en de opstanding van Christus, een bittere en glorieuze gebeurtenis, dood en geboorte, nederlaag en overwinning, duisternis en licht, haat en liefde. Maria is betrokken bij het pijnlijke en glorieuze leven van haar Zoon en blijft trouw aan Hem sinds het oorspronkelijke ‘ja’ (fiat) van de Dienarice tot het ‘ja’ (fiat) van onze Moeder op het kruis. Haar pad is een weg van nederige geloof, gekenmerkt door vrij gegeven liefde van God en oprechte wederkerigheid van haar kant.
De lucaanse en joanische passages over de smarten: Lc 2,33-35 (Simeon), Lc 2,41-50 (verlies in de tempel) en Jo 19,25-27 (het kruis)
Van de drie uitgebreide passages uit het Evangelie die hierboven genoemd zijn, bevinden er twee zich in Lucas’ Kinderevangelie en één in Johannes’ Passieverslag.
«En een zwaard zal door jouw ziel gaan» (Lc 2,35)
De evangeliea uitspraak verwijst naar het moment dat Jezus door Maria en Jozef in de tempel wordt voorgesteld om gewijd te worden aan God. In de tempel voorspelt Simeon de pijnlijke missie die zowel de Jongeling als de Moeder zou betreffen (zie Lc 2,34-35). Hij maakt twee serieuze verklaringen over Jezus: eerst een zegen die Hem toont als redding en licht voor de naties (zie Is 49,6), glorie voor Israël (zie Ex 19,21; Sb 6,22-23). De tweede is een ernstig orakel over de toekomst van Jezus die Hem zal zien als verdering en opstanding van velen in Israël en teken van tegengestelde meningen. Deze tweede voorspelling van Simeon voorspelt de effecten die de aanwezigheid-missie van de Messias Jezus in Israël zal hebben: ondergang of opstanding voor velen. Christus als Verlosser en Redder zal niet volledige acceptatie en erkenning vinden. Integendeel, Hij zal een teken van tegengestelde meningen zijn, omringd door vijandigheid en misverstanden tot aan het hoogtepunt op het kruis.
De Moeder van Jezus zal ook betrokken zijn bij het drama van haar Zoon die bekritiseerd, afgewezen en tegengegaan wordt. Simeon richt een schokkend orakel tot Maria: «En een zwaard zal door jouw ziel gaan» (Lc 2,35). Het lot van Jezus zal haar ziel raken, alsof een zwaard erin zou steken. Deze tweede aankondiging, in tegenstelling tot het eerste vol vreugde (zie Lc 1,28), verkondigt: «de historische en concrete dimensie waarin de Zoon Zijn missie zal vervullen, namelijk in onbegrip en pijn». De woorden van Simeon verwijzen naar en verbinden Maria met het tranen van Christus over zijn geliefde Jeruzalem die Hem afwijst (Lc 13,34-35; Lc 19,41-44), voorspellen haar weerstand tegen het kruis, waar ze aanwezig zal zijn met de liefste leerling (Jo 19,25-27). De gemeenschap van leven met de Zoon zal als gevolg hebben niet een leven van glorie en eer, maar wel een gemeenschap in kenosis en pijn. Vanaf dit moment vindt het bestaan van Maria plaats in het vooruitzicht van onheil.
> **”Wij zochten U”**Deze uitspraak van Maria aan haar Zoon, gevonden in de tempel onder de leraren van de wet, vat samen de drie dagen van angstige zoektocht door Jezus’ ouders sinds zij zijn afwezigheid beseften. De ontmoeting met Jezus in Jeruzalem vormt het laatste hoofdstuk van het kindergeloofevangelie. Het is een voorbode die de pijn en vreugde van het paasdriegebeurtenis voorspelt. Net zoals Jozef en Maria, die bezorgd zijn (Lukas 2:48), op zoek gaan naar hun Zoon, zullen de discipelen verdrietig en huilend zijn omdat ze hun Meester hebben verloren (Lucas 24:17). Ze zullen hem zoeken (Lucas 24:5) en drie dagen later vinden (Lucas 24:21), dus op de derde dag (Lucas 24:7, 46). In beide teksten worden dezelfde termen gebruikt: Pasen, drie dagen, vervulling van het vaderlijke wil, schuld…Dus Maria doormaakt een intense pijn, gedeeld met Jozef: zij zijn **gestrest**, wat in de Bijbel zowel lijden als marteling aanduidt. In Lucas beschrijft het de agonie van de rijke man die zich tussen de vlammen van de hel bevindt (Lucas 16:24-25). De pijn van de discipelen bij hun afscheid van Paulus met de overtuiging hem nooit meer te zullen zien (Handelingen 20:38). Of de pijn die Paulus voelt voor het Joodse volk (Romeinen 9:2). Maria en Jozef, diep verbonden met hun Zoon, zijn ondergedompeld in dit lijden-marteling. Door reflectie van het geloof (Lucas 2:51b) verlicht Maria de betekenis en reikwijdte van het onbegrip waarin beide ouders verwikkeld zijn.> **”En bij het kruis van Jezus stond zijn moeder”** (Johannes 19:25)De scène van Maria’s aanwezigheid aan het kruis is een van de meest indrukwekkende passages in het Evangelie volgens Johannes en heeft verschillende interpretaties opgeleverd. Vandaag de dag zijn exegeten het erover eens dat het belang van de Maagd Maria niet voortkomt uit psychologische of nieuwsgerelateerde redenen rond haar figuur, maar vanuit historisch-redemptief perspectief, dat een pad opent naar het begrijpen van haar pijn. Volgens Johannes wijst Jezus, vanaf het kruis, wie zijn echte Moeder is. Eerst noemt hij haar **vrouw**: **”Vrouw, hier is je zoon”**, vervolgens, zich tot zijn geliefde discipel wendend, verklaart hij haar tot Moeder: **”Hier is je moeder”**.Het feit dat de Zoon Zijn Moeder noemt vrouw, roept op aan de profetie van de moeder die een kind baart, die het volk van God voortbrengt (cf. Is 66,7-8), waarnaar Jezus verwijst wanneer Hij de deelname van de discipelen aan Zijn lijden beschrijft als een pijnlijke bevalling (cf. Jo 16,21-22). De moeder die een kind baart is de messianische gemeenschap, Sión belichamd in de vrouw die bij het kruis van Jezus staat.
Maria geeft zich volledig over aan God zonder voorbehoud en neemt deel aan het schokkende mysterie van dit ontbinden door geloof. Ze ontving geen afgemaakte, makkelijke en verlichtingsvolle geloof, maar moest in het donker zoeken, moest op pad gaan om haar Zoon te volgen, waar Hij soms zelfs de legitieme verwachtingen van een moeder negeerde om zich met Hem te vinden.
Maria was werkelijk de eerste die geloofde.
De Moeder van Jezus transformeert door haar mystieke afwijzing aan God de Vader haar pijn in deelname aan het offer van liefde dat Christus brengt, en wordt zo een verlossende plaats voor zichzelf en de hele mensheid.
Vetero-testamentelijke voorbeelden van de Mater Dolorosa: Judith (Jdg 8,22), de vrouw uit het lied en typologische compassie
De kerkelijke traditie begrijpt Maria als Vrouw van Pijn (Mater dolorosa) niet alleen in de evangeliën, maar ook in de typologieën van het Oude Testament die het lijden en de strijd benadrukken die nodig zijn voor de verlossing. Zo wordt bijvoorbeeld de oude Eva vervangen door de nieuwe Moeder der Levenden (Mater viventium), geassocieerd met de nieuwe Adam in de strijd tegen de oude slang (cf. Gn 3,15). Ook de Filha van Sión, die ondanks angst en smart trouw blijft aan God (cf. Lm 1,5), voorspelt de Maagd Filha van Sión die alleen op de Heer vertrouwt.
Denk aan Judith, die verdrietig is over het “moorden van haar broers en de slavernij van haar land” (Jdg 8,22), maar in geloof bij God toevlucht neemt, de ‘redder der wanhoopszelen’ (Jdt 9,11), om haar volk te redden (Jdt 13,20). Een andere Vrouw van Pijn is Ester, die, “overmand door doodelijke angst” (Est 4,17), zich toevertrouwt aan de Heer en ook voor het volk Israël risico’s neemt (cf. Est 4,11). Ten slotte vinden we de moeder van de Macabeën, “uitzonderlijk en waardig om in herinnering te worden bewaard”, die ondanks uiterst pijnlijke omstandigheden “alleen rustig blijft door haar hoop op de Heer” (2 Mac 7,20).
Om verder na te denken over de devotie tot Onze Lieve Vrouw van Pijn en haar bijbelse grondslag, raadpleeg dan de apostolische exhortatie Marialis Cultus van paus Paulus VI, die deze devotie plaatst binnen de authentieke Maria-devotie van de Kerk.
Diepga je studie: verken Mariologie, Theologische Marianische Studies, Mariaanse verschijningen en de Master in Mariologie.
Master in Mariologie
Wil je je kennis van Mariologie verdiepen? Ontdek de Master in Mariologie bij Locus Mariologicus, een academische opleiding die theologische strengheid combineert met spirituele leven en de levende traditie van de Kerk.
Responses