Onze Lieve Vrouwe van LaSalle, verzoener der zondaars

Nossa Senhora de lásalle, reconciliadora dos pecadores

“Giet je hart uit als water voor de aanwezigheid van de Heer” (Lm 2,19), «Derrama o tein hart als water voor het gezicht van de Heer»

I. De tranen van Sion: klagen als taal van pijnlijk liefde

De tekst uit de Lamentaties die deze meditatie inleidt, behoort tot een van de meest dichte en minst begrepen boeken van het Oude Testament. De profeet, getuige van de verwoesting van Jeruzalem in 587 v. Chr., ontdekt dat er momenten in de geschiedenis zijn waarop de enige taal voor God is die van het huilen. “Sta op en roep in de nacht, aan het begin van de wachtdiensten, giet je hart uit als water voor het gezicht van de Heer” (Lm 2,19). Het huilen waarover de profeet spreekt, is geen berusting noch wanhoop. Het is de erkenning dat liefde, wanneer ze de geliefde in puin ziet, huilt voordat ze uitlegt. Deze taal van tranen, die de Schrift nooit minacht, doordringt de hele geschiedenis van het christelijke spiritualisme: de tranen van Petrus na zijn ontkenning, de tranen van Maria Magdalena bij het graf, de tranen van Jezus voor Lazarus die dood is en voor Jeruzalem dat op het punt staat vernietigd te worden. En in deze traditie van de Bijbel en de patristiek, waarin huilen als taal van liefde wordt beschouwd, past de verschijning van Onze-Lieve-Vrouw van La Salette, waarbij Maria zich, voor het eerst in de geschiedenis van erkende verschijningen door de Kerk, huilend aan de zieners presenteerde.

II. La Salette, 19 september 1846: de Moeder die huilt om haar kinderen

In de namiddag van 19 september 1846, op de berg Sous-les-Baisses, nabij het Alpiedorf La Salette-Fallavaux, ontmoetten twee jonge herders, Mélanie Calvat, vijftien jaar oud, en Maximin Giraud, elf jaar oud, bij een bron die net was uitgedroogd en opnieuw was gaan stromen, een “mooie Dame” die zat en huilde. Ze droeg kleding uit de streek, maar was omhuld in een licht dat niet van de middagzon kwam. Ze sprak lang met hen in het Frans en daarna in het lokale dialect, en gaf hen een boodschap die zich zou voltrekken als een van de meest dichte en dramatische gebeurtenissen in de geschiedenis van de mariane verschijningen. Het centrale thema was een klaagzang over de beledigingen die ze ontving van een volk dat zich afkeerde van God: de profanatie van de zondag, het gebruikelijke godslasteren, het vergeten van het gebed, de onverschilligheid ten opzichte van de Eucharistie. En een zin die door de eeuwen heen als een waarschuwing heeft gegolden: “Als mijn volk zich niet wil onderwerpen, ben ik gedwongen het arm van Mijn Zoon los te laten.” Op 19 september 1851, precies vijf jaar na de verschijning, erkende bisschop Philibert de Bruillard officieel de authenticiteit van het gebeuren. La Salette werd een van de meest bezochte marianen-heiligdommen in de Franse Alpen en het prototype van de berouwvolle en herstelende verschijningen die de katholieke devotie in de 19e eeuw zouden kenmerken.

III. Kom bij mij, gedesleide zielen: de uitnodiging tot rustgevende troost

Het Evangelie volgens Matteüs, dat deze viering begeleidt, bevat een van de meest troostende woorden van Jezus: “Kom bij mij allen die gedesileerd en zwaar van last zijn, en ik zal u rust geven. Neem mijn last op u en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart; dan zult gij rust vinden voor uw ziel. Want mijn last is zacht en mijn last is licht” (Mt 11,28-30). Dit woord verlicht de boodschap van La Salette met een noodzakelijke lichtstraal: het klagen van Maria is geen veroordeling, maar een oproep. De huilende Mevrouw is niet iemand die afstoot, maar een Mevrouw die uitnodigt. En de uitnodiging die zij overbrengt, komt uiteindelijk neer op dezelfde uitnodiging als Jezus in het Evangelie doet: kom, keer terug, rust bij degene die u liefheeft. De tranen van Maria in La Salette zijn dus niet in tegenspraak met haar mededogen; ze zijn hun meest intense uiting. Maria huilt niet om haar kinderen te schrikken, maar omdat wie echt liefde heeft, huilt over de ontrouw van zijn geliefden voordat hij vrede vindt in verzoening.

IV. De tranen van Maria: theologie van mededogende moederlijke zorg

De theologie rond de tranen van Maria, die La Salette centraal stelde in de mariologische reflectie van de 19e eeuw, heeft diepgewortelde patronen en middeleeuwse wortels. Sint Bernardus mediteerde al over het hart van Maria dat door de zwaard die Simeon voorspelde was doordrongen (cf. Lc 2,35), en erkende in deze beeldspraak de theologische intuïtie dat de moederschap van Maria over Christus en de Kerk een moederschap is die lijdt omdat ze liefheeft. De tranen van La Salette zijn geen geïsoleerd fenomeen: ze vormen de zichtbare voortzetting, op een specifieke historische moment, van die innerlijke zwaard die voor altijd het hart van de Moeder heeft doordrongen. En de theologie die La Salette voorstelt, is opmerkelijk sober in haar evangelie. Maria huilt niet voor zichzelf: ze huilt omwille van haar kinderen. Ze eist geen nieuwe offers: ze vraagt naar de naleving van de oude voorschriften van de alliantie. Ze creëert geen parallelle leer: ze roept op tot trouw aan de ontvangen leer. Het Vaticaan II Concilie, door de moederschap van Maria over de Kerk als “voortdurend en ononderbroken” te beschouwen sinds haar ‘ja’ bij de aankondiging tot haar glorie (cf. Lumen Gentium, 62), geeft de tranen van La Salette hun meest volledige theologische betekenis: ze zijn de historische en zichtbare manifestatie van een spirituele moederschap dat nooit stopt, dat lijdt om haar kinderen terwijl sommigen zich afwenden, en dat onvermoeibaar blijft bidden voor hun verzoening met de Vader.

Postgraduaat in Mariologie

Wilt u uw opleiding in Mariologie verdiepen? Ontdek het Postgraduaat in Mariologie van Locus Mariologicus – een academische vorming die theologische strengheid, spirituele leven en de levende traditie van de Kerk combineert.

Inschrijven of meer weten? →

Related Articles

Responses