Wat is het verschil tussen bezetenheid en demonische obsessie?
Het verschil ligt in de graad en in de plaats van de werking: bij bezetenheid neemt de demon bezit van het lichaam en blokkeert hij tijdens de crisis de hogere vermogens van de ziel; bij obsessie blijft de belegering uitwendig – gedachten, beelden, hardnekkige verstoringen – en blijft de vrijheid van de persoon onaangetast, met volle morele verantwoordelijkheid voor zijn daden. Het ene is heerschappij, het andere belegering.
Het onderscheid is geen curiositeit: pastorale onderscheiding en de beslissing over het grote exorcisme hangen ervan af. Het hoort met de bronnen in de hand uiteengezet te worden, met vermijding van de twee afgronden die de hedendaagse praktische demonologie aanwijst: de rationalistische ontkenning die de demon tot symbool oplost en de bijgelovige fascinatie die hem tot spektakel maakt [PAD-26, Demonologia Prática Contemporânea, deel I, p. 11].
Wat is duivelse bezetenheid?
Bezetenheid duidt de ernstigste vorm van buitengewone duivelse invloed aan. «Zij bestaat in een werkelijke inbezitneming, een heerschappij die Satan rechtstreeks over het lichaam en onrechtstreeks over de ziel uitoefent, zodanig dat de hogere krachten van de ziel en zelfs het bewustzijn worden uitgeschakeld» [PAD-26, op. cit., p. 5, letterlijke vertaling]. Tijdens de crisis is het verstandelijk en wilsvermogen geblokkeerd en wordt de persoon werktuig van de geest, gedwongen te spreken en te bewegen, zonder morele verantwoordelijkheid voor de begane daden. Omdat de heerschappij onderbroken is, wisselen crises en rustige momenten elkaar af.
Wat is duivelse obsessie?
Bij obsessie werkt de demon van buitenaf: belegering van gedachten, dwangbeelden, lichamelijke of omgevingsgebonden verstoringen, zonder bezit te nemen van het lichaam of de wil op te heffen. Het verschil rust op een thomistisch beginsel dat heel de moraal van de bekoring beheerst: «De demon suggereert, hij dwingt niet» [PAD-26, op. cit., p. 4, letterlijke vertaling]. Thomas van Aquino onderscheidt nauwkeurig wat de demon kan en niet kan: hij kan inwerken op verbeelding en zintuigen, ingeven, lichamen plaatselijk bewegen, waarneembare effecten voortbrengen binnen de grenzen van de geschapen natuur; hij kan niet de menselijke wil noodzakelijk veranderen, noch de toekomst kennen die van de vrije wil afhangt, noch de geheimen van het hart, aan God voorbehouden [PAD-26, op. cit., p. 4].
De tekenen van het Romeins Rituaal
Het Romeins Rituaal stelt de aanwijzingen voor bezetenheid vast: een voor de betrokkene onbekende taal spreken of verstaan, verre en verborgen dingen kennen, kracht tonen die leeftijd en gesteldheid ver overtreft [PAD-26, op. cit., p. 5]. Let op de terminologie: de Latijnse traditie van De exorcizandis obsessis (1614) noemde obsessi wie wij vandaag bezetenen zouden noemen – vandaar dat sommige auteurs «duivelse obsessie» vertalen waar het huidige Nederlands bezetenheid zegt [vgl. H. Moll, De in het Romeins Rituaal vastgestelde tekenen om duivelse obsessie te herkennen].
Het grondcriterium is de natuurlijke onmogelijkheid: wanneer effecten optreden die het vermogen van de natuur volstrekt overtreffen, samen met afkeer van het heilige, besluit de rede tot een preternatuurlijke oorzaak – niet het goddelijk bovennatuurlijke, maar de werking van een geestelijk schepsel boven de zintuiglijke orde en onder God [PAD-26, op. cit., p. 4].
Voordat men van een demon spreekt: sluit de natuurlijke oorzaak uit
De voorzichtigheid van de Kerk gaat aan elke ritus vooraf. «Achter elke epilepticus schuilt geen demon», en de gespleten persoonlijkheid die de psychiatrie bestudeert kan zelfs haat tegen het heilige tonen, maar brengt geen nooit geleerde talen voort, geen kennis van onbekende feiten, en geen effecten die de menselijke mogelijkheid te boven gaan [PAD-26, op. cit., p. 6, letterlijke vertaling]. Dezelfde tekst voegt de nuchtere opmerking toe: «Bezetenheid is vandaag, in het licht van de huidige kennis, een tamelijk zeldzaam verschijnsel».
De onderscheiding verloopt in drie fasen vóór elk groot exorcisme – luisteren, confrontatie en gebed – gegrond op het handelen van Christus zelf in Mc 9,17-29, die onderzoekt, vraagt hoe lang de kwaal duurt en pas dan beveelt [PAD-26, op. cit., p. 6].
Het exorcisme: wat het is en wie het verricht
De Catechismus omschrijft nauwkeurig: «Cum Ecclesia publice et auctoritative nomine Iesu Christi petit ut persona vel obiectum protegatur contra Maligni potestatem et a eius dominatione subtrahatur, exorcismus habetur.» – letterlijk: «wanneer de Kerk openbaar en met gezag in de naam van Jezus Christus vraagt dat een persoon of voorwerp beschermd wordt tegen de macht van de Boze en aan zijn heerschappij onttrokken, is er sprake van exorcisme» [Catechismus van de Katholieke Kerk, nr. 1673, aangehaald in PAD-26, p. 7].
Het grote exorcisme is een openbaar sacramentale, voorbehouden aan de priester met mandaat van de bisschop (can. 1172 van de Codex van 1983, Rituaal De exorcismis van 1999), en de canon vereist vier hoedanigheden in deze volgorde: vroomheid, kennis, voorzichtigheid en onberispelijkheid van leven [PAD-26, op. cit., pp. 11-12]. De volgorde is niet toevallig – vroomheid gaat aan kennis vooraf.
Het evangelie geeft het model in de genezing van de jongen met een stomme geest: «Ego tibi praecipio: exi ab eo, et amplius ne introeas in eum. […] Hoc genus in nullo potest exire nisi in oratione et ieiunio.» – «Ik beveel je: ga uit hem weg en kom niet meer in hem terug. […] Dit soort kan door niets uitgaan dan door gebed en vasten» (Mc 9,25.29, Vulgaat, letterlijke vertaling). Wanneer de demon niet gehoorzaamt, heeft iets bij de bedienaar gefaald, nooit bij Christus [PAD-26, op. cit., p. 7].
Veelgestelde vragen
Is een bezeten persoon verantwoordelijk voor wat hij doet?
Tijdens de crisis van bezetenheid niet: de hogere krachten van de ziel zijn geblokkeerd en de persoon handelt als werktuig, zonder morele verantwoordelijkheid. Buiten de crisis, en in elk geval van obsessie, blijft de verantwoordelijkheid volledig.
Wat zijn de tekenen van bezetenheid volgens het Romeins Rituaal?
Een voor de betrokkene onbekende taal spreken of verstaan, verre en verborgen dingen kennen en kracht tonen die leeftijd en gesteldheid ver overtreft – steeds nadat natuurlijke oorzaken zijn uitgesloten.
Komt bezetenheid vaak voor?
Nee. In het licht van de huidige kennis is het een tamelijk zeldzaam verschijnsel, en de studie ervan vraagt samenwerking tussen theologen, artsen en psychiaters.
Mag elke priester een exorcisme verrichten?
Nee. Het grote exorcisme is voorbehouden aan de priester die mandaat van de bisschop heeft ontvangen, volgens canon 1172.
Responses