Mijn wegen zijn niet uw wegen: Is 55, Fil 1 en de parabool van de wijngaardwerkers in Mt 20.

Mijn gedachten zijn niet uw gedachten.
Is 55,8 (vertaling in het Nederlands)
De 25e zondag van het gewone jaar, Jaar A, verbindt drie teksten rond de logica van God die de menselijke logica omver werpt. Is 55,6-9 verkondigt dat de gedachten van God niet gelijk zijn aan die van mensen en dat Zijn wegen boven onze wegen uitstijgen, net zoals de hemel boven de aarde. Fil 1,20c-24.27a toont Paulus in een existentiële paradox: leven is Christus en dood is winst, waardoor hij niet kan kiezen tussen de twee. Mt 20,1-16a vertelt het verhaal van de wijngaardwerkers: de eigenaar betaalt dezelfde loon aan degene die de hele dag heeft gewerkt als aan degene die slechts een uur heeft gewerkt, omdat Zijn genade niet volgt op de logica van de markt. De drie teksten komen samen: de grammatica van God is die van gratis geven, dat geen rekening houdt met de uren die zijn gewerkt of de afgelegde afstanden, en dat verstoorend werkt voor wie gewend is om te berekenen wat hem toekomt.
I. De eerste lezing: Is 55,6-9
De profeet begint met een dringende oproep: «Zoek de Heer terwijl Hij nog gevonden kan worden; roep Hem aan terwijl Hij nog dichtbij is» (Is 55,6). De tijd is eindig: er zijn momenten van openheid die voorbijgaan. En een uitnodiging tot omkering: «Laat de goddeloze zijn pad verlaten en de boosdoener zijn gedachten. Keer tot de Heer en Hij zal genade tonen» (v.7). Vervolgens wordt het fundament van mogelijke omkering gelegd: de gedachten van God verschillen van die van ons, Zijn wegen zijn niet gelijk aan onze wegen. «Zoals de hemel boven de aarde verheven is, zo zijn Mijn wegen boven jullie wegen en Mijn gedachten boven jullie gedachten» (v.9). De afstand lijkt onoverbrugbaar, maar vormt de basis van hoop. Menselijke gedachten berekenen wat verdiend wordt. De gedachten van God berekenen wat nodig is. De wegen van mensen verdelen op basis van verdienste. De wegen van God verdelen op basis van liefde. Daarom kan wie ver weg lijkt bij God, Hem toch vinden: afstand vormt geen barrière voor God.
II. De tweede lezing: Fil 1,20c-24.27a
Paulus schrijft vanuit de gevangenis met een verbazingwekkende rust: «Voor mij is leven Christus en dood winst» (Fil 1,21). Leven is Christus: het hele bestaan draait om Christus en door Christus. Dood is winst: de dood brengt geen verlies maar een definitieve nabijheid van Christus met zich mee. Het paradoxale: «Ik zou wel willen vertrekken en bij Christus zijn, want dat zou veel beter voor mij zijn» (vv.23-24). Paulus kiest niet voor wat hij liever heeft, maar voor wat het beste is voor de gemeenschap. En de definitieve oproep: «Gedraag u waardig naar het Evangelie van Christus» (v.27a). Wie zo leeft, voor wie leven is Christus, draait de logica van de parabool van de wijngaardwerkers om: hij berekent niet wat hem toekomt, maar wat hij kan geven.
III. Het evangelie: Mt 20,1-16a
Jezus vertelt het verhaal van de wijnboer die om de eerste uur ‘s ochtends, om de derde uur, om de zesde uur, om de negende uur en om de elfde uur (een uur voor het einde van de dag) arbeiders inhuurt. Aan het eind betaalt hij iedereen hetzelfde: een denier. De eerst ingehuurden klagen: «Deze laatste hebben slechts één uur gewerkt en jij behandelden hen net zo als ons, die de hele dag hebben uitgehouden en in de hitte hebben gewerkt» (Matteüs 20,12). De wijnboer antwoordt aan de eerst ingehuurden: «Vriend, ik doe je geen onrecht. Hebben we niet afgesproken dat ik een denier zou geven? Neem wat van jouw is en ga weg. Ik wil ook deze laatste hetzelfde geven als jullie. Mag ik niet doen met mijn eigendom wat ik wil? Of ben ik misschien goed omdat jullie jaloers zijn» (vv.13-15). Het verhaal beschrijft geen onrecht: de wijnboer hield zich aan de afspraak met de eerst ingehuurden. Het beschrijft eerder een barmhartigheid die boven de afspraak uitgaat: de laatste krijgen meer dan ze zouden verwachten. En de conclusie: «Zo zullen de laatste de eerste zijn en de eerste de laatste» (Matteüs 20,16a). De volgorde van verdienste is niet de volgorde van liefde.
IV. Maria en het eerste uur
Het verhaal van de arbeiders roept een onverwacht vraag op over Maria: als de laatste dezelfde beloning krijgen als de eerst ingehuurden, wat betekent dan dat Maria «in het eerste uur» werd geroepen, voor iedereen? Het antwoord ligt niet in de logica van verdienste maar in de logica van de missie. Maria werd niet eerst geroepen om meer te ontvangen: ze werd eerst geroepen omdat de missie dat vereiste. De volmaakte genade die Maria ontving («vol van genade», Lucas 1,28) is geen beloning voor opgebouwde verdiensten: het is de nodige gave voor een missie die niemand anders zou krijgen. Jesaja 55 zegt: «Zoek de Heer terwijl Hij te vinden is». Maria hoefde niet te zoeken: ze werd gevonden voordat ze wist dat ze zocht, want de Heer kwam naar haar toe bij de Annoucatie. De gedachten van God zijn niet onze gedachten (Jesaja 55,8): geen enkele menselijke logica zou een onbekende jonge vrouw uit Nazareth hebben gekozen om de Moeder van de Verlosser te worden. Maar Gods wegen zijn anders, en Maria is het meest eloqente teken van die andersheid.
Pós-Graduação in Mariologie
Wil je je kennis van Mariologie verdiepen? Ontdek de Pós-Graduação in Mariologie van Locus Mariologicus – een academische opleiding die theologische strengheid, spirituele levensvorm en levende traditie van de Kerk combineert.
Responses